Facebook houdt al zeven jaar bij wat ik doe, waar ik ben, met wie ik contact heb en wat ik leuk vind. Zonder dat ik het doorhad wist het sociale netwerk daardoor beter hoe het met mij ging, dan ik zelf. Officieel ontving ik de diagnose ‘chronische depressie’ pas in 2017, maar Facebook was al een jaar eerder op de hoogte.

Hoe Facebook-data depressie vroegtijdig herkent

Ken je dat verhaal van die kikker en de kokende pan met water? Wanneer je de kikker in een pan met koud water doet en het vuur aanzet, gaat de kikker langzaam maar zeker dood. Dit heeft hij echter niet door, omdat de temperatuur geleidelijk hoger wordt.

Dit verhaal gaat ook op voor Facebook en het hebben van een depressie. Aangezien we elke dag inchecken op het sociale medium weten Mark Zuckerberg en cohorten beter hoe het met ons gaat, dan wij zelf. Omdat we zelf zo diep in de materie zitten, hebben we allesbehalve een helikopterview en niet door wanneer het te laat is.

Ons gebruik van Facebook verraadt namelijk meer over onze mentale gesteldheid dan we op voorhand denken. Het platform heeft dit zelf ook door, en lanceerde eind 2017 een functie om berichten van mensen met suïcidale gedachten voortijdig te kunnen detecteren, en hulp aan te bieden.

De diagnose

Sinds 2017 ben ik gediagnosticeerd met een chronische depressie. Een behoorlijke opluchting, omdat daarmee eindelijk duidelijk was wat er ‘aan de hand’ is met mij. Zelf had ik het gevoel grotendeels gevoelloos te zijn, en daarmee nooit oprecht enthousiast. Meestal ging het wel prima, zolang ik maar in het ritme bleef. Zo nu en dan bereikte ik diepe dalen, maar pieken (qua geluksgevoel) kwamen zelden voor.

Al die tijd heb ik Facebook gebruikt. Om contact te leggen met mensen, op de hoogte te blijven van feestjes, plaatjes van katten en vallende pinguïns te delen en om te reageren op hospiteerberichtjes: je moet wat.

Aangezien ik nu al jaren Facebook-gebruiker ben – met een tijdelijke pauze van twee jaar waarin ik geen account had – weet het bedrijf vrijwel alles van mij. Dit is niet alleen een vermoeden, maar wordt ook bevestigd.

Sinds 2010 is het namelijk mogelijk om je Facebook-data te downloaden. Eerst moest je hiervoor nog heel omslachtig een e-mail sturen met daarin een verzoek, maar tegenwoordig vereist het niet meer dan een paar klikken.

Het blijkt schokkend om te zien hoeveel het platform van je weet, zonder dat je het zelf doorhebt. In mijn geval was Facebook namelijk al lang en breed op de hoogte van mijn depressie voordat ik ook maar een stap in het kantoor van de psycholoog had gezet.

Dit is hoe Facebook mijn psycholoog voor was met de diagnose.

1. Facebook onthoudt alles

Op 17 september, 2011 om 12:54 uur was het zo ver: ik maakte mijn Facebook-account aan. In die tijd werd Hyves steeds stommer, en stapten jonge mensen massaal over naar het blauwe sociale netwerk.

Registratiedatum Facebook

Sinds die tijd is heel mijn leven terug te vinden in de archieven van Facebook. Van mijn geboorteplaats, groepen waar ik lid van ben, spullen die ik ooit heb verkocht, vorige relaties tot aan alle berichten die ik ooit heb geplaatst. Ik ben hierin niet uniek: 1.4 miljard mensen doen namelijk hetzelfde.

Daarmee is Facebook de titel van sociaal netwerk eigenlijk allang ontstegen: het is het grootste antropologische project uit de geschiedenis, ooit. Het enige verschil met de antropologische wetenschap is dat we niet geobserveerd worden door een ander, maar zelf onze data aanleveren.

Een sociaal netwerk draait immers om delen. We laten weten op wie we verliefd zijn, wat onze interesses zijn en waar we ons over opwinden. Door al die miljarden bytes aan informatie op een rijtje te zetten, kun je zo heel precies schetsen hoe het met een persoon gaat, en hoe diegene in het leven staat.

Zodoende was 2016 voor mij een omslagpunt. Ik werkte veel, was bezig met de uitbreiding van mijn bedrijfje, ging naar school en had daarnaast een vriendin. Door al die dingen te combineren had ik weinig tijd voor het onderhouden van een sociaal netwerk. Omdat ik mijzelf had wijsgemaakt dat ook niet nodig te hebben, besloot ik eind 2015 mijn Facebook-account op te zeggen. Hierdoor was ik heel 2016 niet aanwezig op sociale netwerken.

Voordat het zo ver was, worstelde ik met mijn eigen identiteit – net als zoveel tieners. Ik was veel bezig met fitness, maar wilde niet als een domme spierbal overkomen. Ik had een bedrijfje in tweedehands telefonie, maar wilde niet de indruk scheppen dat ik een nerd was. Ook het stigma van ‘telefoonturk’ probeerde ik te voorkomen. Tot slot was ik in de weer met hiphop, maar wilde niet ‘die blanke’ zijn.

Ook interessant: Zo beïnvloedt Facebook je depressie

Hoe heet ik?

De meest simpele uiting van deze strijd met mezelf zie je terug in de manier waarop mijn naam op Facebook getoond wordt. Ik heet “van ’t Klaphek” en lange tijd had Facebook geen optie om leestekens in namen toe te voegen, waardoor mijn tussenvoegsel als twee aparte namen werd gezien. Deze mogelijkheid werd na enige tijd toegevoegd, alhoewel er nog steeds geen ondersteuning voor tussenvoegsels was. Zodoende ging ik als “Van’t Klaphek” door het leven.

Facebook-data depressie vorige namen

Uiteindelijk wist ik in 2013 middels een trucje mijn naam wél goed te weergeven, wat mij blijer maakte dan ik nu durf toe te geven. Op die manier oogt de naam immers strakker, en daarmee mijn online aanwezigheid mooier.

Een jaar daarvoor, in 2012, besloot ik een profielfoto te uploaden. Dit deed ik nadat ik vijf maanden zonder ‘pf’ (Hyves-tijden) door het leven ging. De reden? Ik vond mezelf te lelijk. Ik koos uiteindelijk dus voor een foto waar niet alleen ik op stond, maar ook mijn twee zussen en broer. Hij was gemaakt op de bruiloft van mijn moeder: de eerste keer dat ik een pak droeg.

Uit onderzoek van klinisch psycholoog Diana Raab blijkt dat depressieve mensen vaker foto’s plaatsen met anderen, dan ‘gezonde’ mensen. De reden waarom ze dit doen is nog enigszins raadselachtig, maar de onderzoekers denken dat het te maken heeft met een bepaalde onderliggende onzekerheid, en de wens om aan anderen te laten zien dat ze niet alleen zijn.

Lees ook: Veel jongeren zijn emotioneel eenzaam: zo heb ik het opgelost

Isoleren

Een van de grootste nadelen aan depressie is dat je de neiging hebt jezelf te isoleren, terwijl je juist heel erg contact met anderen nodig hebt. Deze trend zie je goed terug in het aantal berichten dat ik op Facebook deelde. Het gaat hier zowel om posts op de eigen tijdlijn, als die van anderen.

JaarBerichten geplaatst op eigen tijdlijn, en die van anderen
20117
2012112
2013101
2014135
201592
20162
201714
201815

Een behoorlijk dal in 2016, niet? Dit was het jaar waarin ik geen Facebook had en begon aan de universiteit. Dit heb ik later toegevoegd, waardoor het in het jaar 2016 is terechtgekomen. Feitelijk heb ik dus toentertijd niks geplaatst.

Na een piek in 2014 zie je duidelijk een teruglopende tendens. Ik begin meer te werken, en minder met vrienden om te gaan. Daar waar zij met elkaar gaan hangen, ga ik werken. Alhoewel ik toentertijd het idee had daardoor extreem productief te zijn, is het achteraf misschien niet de beste keuze geweest. Je tienerjaren zijn bedoeld om te leren socialiseren en vooral niet zoveel te doen. Je kunt nog je hele leven werken.

Mijn afgenomen interesse in hen betaalt zich uit in de vorm van minder aandacht voor mij, zo blijkt:

JaarBerichten geplaatst op mijn tijdlijn, door anderen
20114
20129
201356
201472
20150
20160
201738
20183

In 2015 en 2016 plaatste niemand een bericht op mijn tijdlijn, simpelweg omdat het niet mogelijk was. In 2017 was het aantal gehalveerd ten opzichte van 2014, wat duidelijk laat zien dat ik minder contact had met anderen dan voorheen. De twee jaar ‘isolatie’ die ik mezelf had opgelegd, hadden duidelijk effect.

2. Facebook weet waar je bent

Elke keer dat je inlogt, weet Facebook waar je bent. Mensen die meer op sociale media inloggen zijn vaker depressief dan mensen die er weinig tijd aan besteden. Bovendien verraadt een onregelmatig inlogpatroon, bijvoorbeeld vroeg in de ochtend of juist laat in de avond, een verhoogde aanwezigheid van psychische problemen.

Het is algemeen geaccepteerd dat sociale media ervoor zorgen dat mensen hun eigen levens teveel gaan vergelijken met die van anderen, en daardoor ongelukkiger worden. Iedereen presenteert immers de beste versie van zichzelf online. We vergeten echter weleens dat iedereen dit doet, en het uiteindelijke beeld daardoor behoorlijk vertekend is.

Met name depressieve mensen zijn hier gevoelig voor. Ze gebruiken social media vaker binnenshuis en gaan minder vaak naar buiten. Achter je computer of telefoon wordt je steeds verder in de schijnwereld gezogen en ben je steeds minder bezig met wat er zich buiten je kamer afspeelt. Het gevolg? Het al onrealistische beeld krijgt zowaar nog meer schijn.

Facebook weet precies wat jouw routine is: hoe laat je inlogt, waar je dit doet, of je gebruik maakt van je eigen apparaat en ga zo maar door. Oftewel: het netwerk weet als geen ander hoe je dag eruitziet, en of je veel de deur uitgaat. Zelf deel ik geen gegevens over mijn locatie met Facebook, waardoor er voor mij geen patroon zichtbaar is.

Lees ook: We moeten het over eenzame jongeren hebben

3. Facebook weet wat je leuk vindt

Facebook weet wat je momenteel leuk vindt, en wat je in het verleden leuk vond. Humor helpt bij het omgaan met je depressie en werkt als bliksemafleider: eventjes vergeet je je zorgen en geniet je van het moment. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat veel comedians depressief zijn, waarvan de in 2017 door zelfmoord om het leven gekomen Robin Williams een tekenend voorbeeld is.

Foto: Collective Evolution

Het Facebook-algoritme scant wat je leuk vindt, en probeert op basis daarvan een profiel op te bouwen. Een bovengemiddelde interesse in pagina’s die draaien om mentale gezondheid en depressies zeggen een hoop over jou als persoon.

In mijn eigen data kom ik vooral tegen hoe ik door de jaren heen serieuzer werd. Daar waar ik eerst pagina’s als ‘Gvd wat kinderachtig’ leuk vond, verschoof mijn interesse daarna naar hiphopmuziek om te eindigen bij appartementen te huur in Utrecht – het kan verkeren.

Uiteraard zegt dit lang niet alles, maar mijn mindset uit die tijd schijnt er wel in door. Ik besteedde minder tijd aan lol en vond van mezelf dat ik serieuzer moest worden. Alleen door keihard te werken zou ik succesvol worden en mijn dromen behalen. Dit terwijl humor, en ontspanning, juist zo essentieel zijn in het leven. Play hard, work hard.

Met behulp van de Facebook-data kun je het exacte moment achterhalen waarop je interesses veranderen. Op 1 juli 2017 gingen ik en mijn ex-vriendin uit elkaar, wat bij mij blijkbaar de urgentie opriep om een kamer te gaan huren, een sociale huurwoning te betrekken en heel veel zakennieuws te lezen.

In de dagen erna vond ik onder meer de groepen “Kamer huren in Utrecht? Like ons leuk”, woningbouwvereniging Mitros en zakenblad Bloomberg leuk. Dit terwijl ik in 2012 nog lekker ging op The Roots, dank memes, Chuck Norris en Reservoir Dogs – wederom, het kan verkeren.

4. …En wanneer je liegt

Zoals gezegd presenteren de meeste mensen een ideaalbeeld van zichzelf op Facebook, terwijl iedereen z’n problemen heeft. Terwijl je doet alsof er geen vuiltje aan de lucht is, weet het netwerk echter wel beter.

Facebook kan namelijk indrukwekkend nauwkeurig inschatten wat je gemoedstoestand is. Uit onderzoek van Reece en Danforth (2017) blijkt dat het algoritme van Instagram, volledig eigendom van Facebook, in 98 procent van de gevallen juist kan aangeven of iemand depressief is, of niet.

Bron: Reece en Danforth

Men analyseerde hierbij de foto’s van enkele duizenden deelnemers. Een gedeelte hiervan kampte met depressieve klachten, terwijl de meerderheid hier geen last van had. Het blijkt dat de eerste groep foto’s vaker bewerkt met donkerachtige kleuren en filters dan de ‘gezonde’ groep. Het Inkwell-filter, dat behoorlijk duister is, bleek favoriet. Dit terwijl de tweede groep het vaakst voor Valencia, een filter met felle kleuren, koos.

Door deze fotogeschiedenis te combineren met overige persoonlijke informatie, kan het bijna niet anders dan dat Facebook weet hoe het met je gaat, en vooral wanneer je liegt over dit gevoel. Je kunt wel een vrolijke selfie plaatsen twee dagen na het overlijden van je oma, maar Zuckerberg weet beter.

Dit algoritme is niet uit zichzelf zo slim geworden, daar hebben we zelf voor gezorgd. Iedere foto die je naar Facebook, of Instagram, uploadt, wordt namelijk geanalyseerd. Machine Learning checkt hoe mensen eruitzien, wat voor soorten personen er zijn, controleert de hoeken waarin we foto’s maken en probeert emoties af te lezen.

Zodoende kan het niet anders dat Facebook wist dat ik niet gelukkig was toen ik op 3 juli 2017 om 7:27 uur een nieuwe profielfoto uploadde. Daags daarvoor was mijn relatie immers op de klippen gelopen.

5. …En zelfs wanneer hulp (niet) beschikbaar is

Dit alles komt samen in het meest waardevolle – of meest angstaanjagende, net hoe je het ziet – aspect van dit verhaal. Facebook weet namelijk op wie je terug kunt vallen, en op wie niet.

Door bij te houden met wie je contact hebt, hoeveel en wat je tegen die persoon zegt, het adressenboek in je telefoon en wanneer je vrienden verwijdert weet het sociale netwerk namelijk precies hoe je sociale vangnet eruitziet.

Zelf neem ik met niemand contact op in tijden dat het slecht met mij gaat, zo blijkt uit de Facebook-data. In de laatste week van 2017, toen ik wegens migraine een paar dagen in bed heb gelegen, heb ik bijvoorbeeld met niemand gepraat. Deze dagen was ik echt op mezelf aangewezen, en heb ik zeker twee dagen niet een-op-een met iemand gepraat.

Daarbij kijkt Facebook voor hoeveel evenementen je uitgenodigd wordt, en hoeveel mensen berichten naar je versturen. Deze aantallen, gecombineerd met hoeveel vrienden je hebt, schetsen een duidelijk beeld over jouw positie in de populariteitsstamboom.

Daarmee kan men heel nauwkeurig inschatten hoe sterk jouw sociale netwerk is. Wie weinig contact met anderen heeft en voor weinig evenementen uitgenodigd wordt, heeft waarschijnlijk weinig vrienden om zijn of haar hart bij te kunnen luchten.

Ook benieuwd naar wat Facebook over jou weet?

  1. Log in op je Facebook-account en klik op het instellingenmenu rechtsboven;
  2. Tik links in het menu op ‘Je Facebook-gegevens’ en selecteer ‘Je gegevens downloaden’;
  3. Selecteer wat je wilt downloaden en geef een tijdsperiode aan;
  4. Druk op de knop en wacht een paar minuutjes tot je vanzelf de melding krijgt dat je gegevens gedownload zijn.

Mensen verbinden met elkaar (en advertenties)

Uiteraard weten we al veel langer dat Facebook een hele hoop informatie over ons heeft. Sterker nog, het is het verdienmodel. Door bedrijven heel gericht te laten adverteren verdient het bedrijf een hele hoop geld. De enige die hier iets aan kan doen, ben jezelf. Als niet wilt dat jouw data handelswaar wordt, zul je moeten stoppen met Facebook gebruiken.

Daarbij is het nog eens de vraag, of het mensen überhaupt iets kan interesseren.

Wie alle gegevens op een rij zet kan immers ook zeggen dat Facebook, en vooral de data, heel nuttig gebruikt kan worden. Mensen geven een inkijkje in hun ziel, laten weten waar ze mee bezig zijn en hoe het met ze gaat. Op die manier zou vroegtijdig bepaald kunnen worden welke mensen wellicht professionele hulpverlening nodig hebben.

Facebook neemt verantwoordelijkheid

Daarbij moet vermeldt worden dat Facebook absoluut haar verantwoordelijkheid neemt. Niet voor niets kondigde men eind 2017 aan depressieve mensen vroegtijdig te gaan signaleren, en hulpmiddelen aan te bieden.

Door berichten en foto’s te analyseren op specifieke kenmerken worden uiteindelijk mensen ingeschakeld om te beoordelen of een Facebook-gebruiker mogelijk depressief is. In Nederland kunnen we hier vanwege privacyredenen geen gebruik van maken, maar in de VS is het experiment in volle gang.

De vele hoeveel informatie die Facebook heeft is echter vooral ook confronterend en eng, omdat je iets persoonlijks als een depressie erin kunt herkennen.

In mijn situatie houdt dit in dat ik rond 2016 in zwaar weer terechtkwam, en daar nog steeds niet helemaal uit ben. Dit had ik destijds overigens niet door, omdat ik te druk bezig was met andere dingen. Zodoende raakte ik in die tijd meer gefocust op mezelf, verloor ik vrienden, uiteindelijk mijn relatie en verkocht ik mijn bedrijf. Ik kwam er pas later achter dat ik vooral dingen aan het verliezen was, in plaats van versterken.

In dit verhaal ben ik de kikker, en mijn depressie het warmer wordende water.

Volg Commen op Facebook, Twitter en Instagram voor meer taboedoorbrekende verhalen 

Ook interessant