Borderline in 9 kenmerken, maar dan zonder bullshit

Borderline kenmerken

Borderline wordt vaak geassocieerd met mensen die uit woede alles kort en klein slaan. Dit beeld klopt echter niet en er zit altijd meer achter dan dat. Hierbij 9 kenmerken van borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) uitgelegd, zonder bullshit.

Borderline kenmerken op een rij

Vrijwel iedereen kan zich een beetje herkennen in de symptomen van BPS, maar toch is slechts 1 procent van de Nederlandse bevolking hiermee gediagnosticeerd. Het verschil tussen BPS en een ‘normale’ persoonlijkheid is dat bij de eerste alles in het extreme gebeurt. Bovendien komt het vaak voor in combinatie met andere problemen, wat het des te extreem maakt.

1. Verlaat me niet

Iedereen is wel eens bang dat je alleen komt te staan. Zou mijn partner nog wel van me houden. Komt het nog wel goed tussen die vriend(in) en mij? Wil die collega nog wel samenwerken?

Dit is niet anders voor mensen met BPS, met als verschil dat het er niet toedoet of de angst voor verlating gegrond is, of totaal irreëel. Zo kan een blik al voor een gevoel van afwijzing zorgen waardoor de verlatingsangst getriggerd wordt. Hier komt de selffulfilling-prophecy om de hoek kijken: je hebt angst om verlaten te worden, begint te claimen, de ander krijgt het Spaans benauwd en trekt zich terug.

2. Wie ben ik nou eigenlijk?

Een oprechte vraag. Alhoewel iedereen weleens twijfels heeft bij gemaakte keuzes of interesses is het identiteitsbesef bij iemand met BPS niet iets wat stabiel aanwezig is. Ze veranderen bijvoorbeeld vaak van hobby’s, uiterlijk, vriendenkring, passies en hebben een constante strijd met de vraag wat ze nou eigenlijk willen in het leven.

Vaak zie je ineens een grote shift in de manier waarop ze zich gedragen. De ene dag zijn ze sexy of de grappenmaker, terwijl ze bij de volgende ontmoeting eerder introvert overkomen. Of juist heel extravert. Je kunt het het best vergelijken met een dagelijkse zoektocht: wie ben ik? Wat vind ik leuk? Waardoor word ik gelukkig?

Check ook ons interview met Sophie Hilbrand over je identiteit vinden, burn-out en meer!

3. Hij houdt wel van me, hij houdt niet van me

Heel herkenbaar bij mensen met PBS zijn de wisselende mensen in hun (liefdes)leven. Ook al is iemand helemaal hotel de botel, zijn of haar plek kan na een tijdje alweer door een ander ingenomen zijn. Dit komt door de constante wisseling in identiteitsbesef en de emoties die hierbij komen kijken.

Het aantrekken en afstoten van partners gebeurt dan ook constant. Met al zijn pieken en dalen lijkt een relatie dan ook wel op een achtbaan. Dit betekent echter niet dat een relatie met een ‘borderliner’ niet lonend en liefdevol kunnen zijn. Zo zorgt de impulsiviteit ervoor dat mensen met BSP vaak erg spontaan zijn en charmant overkomen. Bovendien zijn ze over het algemeen erg trouw richting hun partner.

4. Jantje lacht, jantje huilt

Het meest herkenbare kenmerk is de emotieregulatie die van het plafond naar de vloer springt, en weer terug. Naasten plakken hierdoor snel het label BPS op een persoon, al dan niet terecht. Het enige verschil met iemand zonder BPS en iemand met, is de tijdspanne waarin een emotiewisseling plaatsvindt. Iedereen gaat weleens van blij naar verdrietig, maar bij iemand met BPS gaat dit heel snel.

Deze moodswings dragen dan ook bij aan alle andere kenmerken. Bij een gebrek aan stabiliteit in emotie kun je bijvoorbeeld gaan twijfelen aan je identiteit waardoor relaties minder goed gaan. Hierdoor raak je sneller impulsiever en ben je geneigd om iets aan jezelf te veranderen zodat je zelfvertrouwen niet verder keldert.

Een interview met Ramani Durvasula, een specialist op het gebied van borderline

5. Ik doe dit omdat ik dit nu wil doen

Het impulsieve karakter van iemand met BPS is zowel gevaarlijk als destructief. Niet voor niets hebben veel mensen met een verslavingsprobleem ook last van BPS. Denk hierbij aan gokken, drugs, eetproblemen en financiële perikelen.

Deze verslavingen worden gebruikt om de interne twijfel en pijn aan te pakken. Het verraderlijke hiervan is dat deze middelen wel op korte termijn werken, maar niet meer dan dat. Je ziet daarom vaak dat mensen met BPS eerst in behandeling gaan voor deze ‘zichtbare’ symptomen, terwijl de stoornis de daadwerkelijke boosdoener is.

6. Ik wil dood, maar ook leven

Het meest gevaarlijke kenmerk is zonder meer dat 1 op de 10 mensen met BPS uiteindelijk sterft door suïcide. Dit is 50 keer zo hoog als het gemiddelde. De zelfmoordgedachtes en pogingen in combinatie met zelfbeschadiging komen vaak voort vanuit verlatingsangst en het gebrek aan identiteitsbesef.

Dit wordt dan ook soms als middel ingezet. “Als je mij verlaat, dan maak ik er een einde aan”, of “ik wil niet meer voelen, de pijn wordt teveel.” En alhoewel sommige suïcidepogingen eigenlijk een schreeuw om hulp zijn, komt het voor dat een poging lukt.

Lees ook: Interview: Hoe het is als je broertje zelfmoord pleegt

7. Ik voel me leeg

Een chronisch gevoel van leegte en het idee iets te missen komt bij bijna elke BPS voor. Het identiteitsbesef wordt hierdoor natuurlijk alleen nog maar verder in twijfel getrokken. Het impulsieve gedrag wat tot verslavingen kan leiden is dan ook een lapmiddel voor dit kenmerk. Vergelijk het met een trechter. Hoeveel je er ook in giet, aan de onderkant blijft er een gat waar alles langzaam weer uit stroomt. Dit heeft dan weer overlap met de symptomen die bij depressie horen.

8. Ik haat je!

Woede-uitbarstingen bij iemand met BPS gebeuren nogal snel. Hierdoor kan het voorkomen dat omstanders je vermijden. Het is belangrijk om er direct bij te zeggen dat niet elk persoon met borderline borden tegen de muur smijt, al wordt dit vaak wel gedacht.

Beter is het om te realiseren dat veel mensen met BPS een dunne huid hebben. Zo kan een verkeerde blik al een reeks van emoties teweegbrengen die kunnen resulteren in woede. Hierbij voelen ze zich na de uitbarsting erg schuldig. Want wat als mensen mij hierom zullen verlaten? Dit gevoel kan weer resulteren in zelfbeschadiging. Zie je de vicieuze cirkel al een beetje?

9. Wat gebeurt er?

Het laatste kenmerk komt niet heel vaak voor, maar hoort absoluut in deze lijst thuis. Mensen met borderline kunnen last hebben van dissociatie of paranoïde gedachtes die kunnen leiden tot een psychose. Meestal gebeurt dit in een stressvolle periode waarin diegene de realiteit uit het oog verliest.

Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in stemmen horen, het gevoel hebben dat iedereen tegen je is of zelfs hallucinaties. BPS wordt daarom nog weleens verward met een Dissociatieve Identiteitsstoornis. Gelukkig zien de echte professionals vaak al snel het verschil en kunnen ze mensen met borderline de juiste behandeling geven.

Zelf testen

Herkenbaar? Om gediagnosticeerd te worden met BPS moet je minstens voldoen aan 5 van de in totaal 9 kenmerken uit de DSM-V. Bedenk wel dat niet ieder persoon met borderline hetzelfde is. Het uit zich op veel verschillende manieren die allemaal een eigen behandelmethode nodig hebben. Op de website van Wij Zijn Mind kun je de Borderline Persoonlijkheidstest doen.

Volg Commen op Facebook, Twitter en Instagram voor meer taboedoorbrekende verhalen 

Verwerken
Topper! Je bent ingeschreven.

Continu het idee dat je weekend niet leuk genoeg is? Zo ga je om met weekendstress

Weekendstress Uitgelicht

‘Weekendstress is een vorm van angst waarbij je het gevoel hebt dat het niet lukt om alles wat je wil doen in één weekend te proppen.’

Weekendstress: waarom je weekend altijd suf aanvoelt

Een van de standaardvragen die je op maandag krijgt is hoe je weekend was. Het is dan vrij ongemakkelijk om toe te geven dat je Ex On The Beach voor de tweede keer heb gebinged terwijl de rest van je collega’s of schoolvrienden hét weekend van hun leven hadden.

Op Instagram zag je foto’s voorbijkomen van hardloopwedstrijden, uitwaaidagen op Scheveningen, meisjes die nonchalant heel erg proberen niet in de lens van een clubfotograaf te kijken en gezellige etentjes in restaurants.

Heb je vaak het idee dat jouw weekenden niet spannend genoeg zijn, en dat je niet het maximale uit deze dagen haalt? Heb je het idee dat anderen deze 48 uur wél altijd goed besteden? Dan heb je misschien last van ‘Weekend Anxiety Syndrom’ (WAS), ofwel weekendstress-syndroom.

Alhoewel dit geen officieel erkende medische term is, lijken een hoop mensen hier last van te hebben. ‘WAS is een vorm van angst waarbij je het gevoel hebt dat het niet lukt om alles wat je wil doen in één weekend te proppen’, zegt Catherine Madigan, psycholoog bij Anxiety Treatment Australia.

Kort gezegd komt het erop dat mensen die doordeweeks druk bezig zijn met allerlei verplichtingen, zoals school en werk, de druk voelen om het maximale uit hun weekend te halen. Het wordt dan ook gezien als een bijproduct van de drukke samenleving waarin we leven.

‘Veel mensen denken dat ze te weinig tijd hebben’, zegt Luke Martin, psycholoog bij praktijk Beyondblue. ‘Op sociale media leeft iedereen het perfecte, drukke leventje, waardoor het makkelijk is om de schuld bij jezelf te leggen wanneer het jou niet lukt om aan deze maatstaf te voldoen.’

Illustratie: DesignArf

Sociale druk

‘Op maandag, wanneer mensen hun weekenden met elkaar bespreken, zorgt dit ervoor dat je misschien aan de spanning van je eigen leven gaat twijfelen’, aldus Martin. Er is dus een hoop sociale druk om het perfecte weekend te hebben, terwijl het in principe helemaal niet nodig is om onszelf te vergelijken.

Maar toch doen we het. Uiteraard is hierbij een rol voor sociale media weggelegd. ‘Mensen plaatsen alleen foto’s van ervaringen die ze willen delen op Facebook en Instagram, waardoor wij als toeschouwers het onjuiste beeld krijgen dat iedereens leven gevuld is met dat soort momenten’, zegt Madigan.

En inderdaad, ik herken dit. Wanneer ik op een zondagmiddag om 15:30 uur vanaf werk naar huis fiets vraag ik mij altijd af hoe het kan dat anderen wél tijd en geld hebben om in de kroeg speciaalbiertjes te drinken. Hetzelfde geldt voor mensen die vrijwel altijd op vakantie lijken te zijn en de lading wintersportfoto’s die je ieder jaar voor je kiezen krijgt: hoe doet iedereen dit?

Ik krijg zo ook het idee dat ik mijn tijd aan het verdoen ben wanneer ik zondagmiddag slaap probeer in te halen van de vorige dagen. Afgaande op de hipster-filterbubbel waarin ik zit zou ik een of andere bierbrouwerij, alternatief concert of veganistisch restaurant moeten bezoeken.

Toch is social media niet de enige veroorzaker van WAS. Ironisch genoeg hebben namelijk juist workaholics last van dit probleem. Mensen die doordeweeks dus eigenlijk te hard en lang werken. ‘Veel mensen hebben stressvol werk, maar kunnen met deze spanning omgaan omdat het in een gecontroleerde omgeving plaatsvindt’, verklaart Martin. ‘In het weekend ontbreekt deze structuur echter, waardoor stress kan ontstaan.’

Ook interessant: Wat je moet doen als je verliefd bent op je therapeut

Deze mensen hebben last van weekendstress

Wanneer je naast workaholic ook nog perfectionistisch aangelegd bent heb je helemaal een grote kans op weekendstress. ‘Sommige mensen vinden het fijn om in het weekend niets te hoeven doen, maar anderen zien hier juist tegenop’, zegt Madigan.

‘Wanneer je doordeweeks gewend bent om volgens een strakke planning te leven kan het vooruitzicht van 48 vrije uren behoorlijk stressvol zijn. Deze mensen hebben het gevoel de controle te verliezen en hebben behoefte aan structuur en regelmaat.’

Weekendstress is dus geen officiële diagnose, maar op basis van eigen onderzoek onder cliënten heeft Madigan wel enkele symptomen kunnen aanwezen. Mensen zijn tijdens hun vrije dagen (wat dus niet per se het traditionele weekend hoeft te zijn) sneller geïrriteerd, voelen zich paniekerig, hebben last van hoofdpijn en/of buikproblemen en zijn constant aan het piekeren. Ook raken mensen met WAS stress moeilijker kwijt en vallen ze lastiger in slaap.

Illustratie: DesignArf

Dit kun je doen tegen weekendstress

‘Wanneer je overdonderd wordt door het uitzicht van een heel weekend vrij is het belangrijk om structuur aan te brengen’, adviseert Martin. Deze tip is vooral handig voor mensen die doordeweeks een nauwgezette planning aanhouden, zoals ik.

Ondergetekende plant zijn dagen vrij vol waardoor ik ook vaak geen flauw idee heb wat ik met een vrije dag aan zou moeten. Het werkt voor mij dus beter om altijd dingen in te plannen, hoe niet-noemenswaardig ze ook zijn.

Wanneer je er voor kiest om je weekenden in te plannen moeten deze activiteiten in lijn liggen met wat je belangrijk vindt in het leven. ‘Denk na over welk boek je nog wil lezen, welke onderwerpen je interesseren, met wie je gaat afspreken om een koffietje te doen of welke oefeningen je nog wil uitproberen in de sportschool’, adviseert Martin.

‘Op deze manier verdeel je het weekend in kleine momenten en activiteiten, in plaats van één groot geheel. Het is hierdoor beter in te delen en overzichtelijker.’

Bovendien is het verstandig om bij jezelf na te gaan waar je weekendstress door wordt getriggerd, zoals wel vaker het geval bij mentale strubbelingen. ‘Wanneer je merkt dat je onrustig wordt van de constante nabijheid van je telefoon, is het handig om deze weg te leggen’, zegt Madigan. ‘Dit is in het begin een beetje onwennig, maar je zult zien dat de wereld gewoon doordraait, ook als je niet continu op social media zit.’

Tot slot zegt psycholoog Martin dat het vooral om balans gaat. ‘Je hoeft niet ieder weekend enerverende dingen te doen, zoals uit een vliegtuig springen. Soms is het weekend druk, soms niet: dat patroon is normaal’, zo stelt hij gerust. ‘Het belangrijkste is dat je in ieder geval tijd hebt om te herstellen van je werkweek, en kunt opladen voor de dagen die komen.’

Volg Commen op Facebook, Twitter en Instagram voor meer taboedoorbrekende verhalen 

De psychiater loste mijn depressie niet op, maar deed iets veel belangrijkers

Psychiaterbezoek loste mijn depressie niet op uitg 2 (2)

‘Hier voelde ik mij echter compleet ongemakkelijk bij. Ik was niet gewend dat iemand naar mijn gevoelens vraagt en sta bij vrienden en familie bekend als berekend, analytisch en rationeel. Ik geloofde nooit in gevoelens en deed alles op basis van feiten.’

Na jarenlang koppig te zijn geweest gaf ik in de zomer van 2017 toe. Ik ging het gesprek aan met een psycholoog. Al zolang ik mij kan herinneren liep ik rond met negatieve gedachtes over zelfmoord en depressieve gevoelens, als ik toen wist wat dit woord betekende. Bovenal voelde ik me voornamelijk heel inwisselbaar. Laat mij dit uitleggen.

Ik was laat maar zeggen de bijrol in een film of game. Af en toe zei ik wat handigs of bracht ik het verhaal van anderen verder, maar over het algemeen was mijn aandeel beperkt. Ik voelde me een personage in het leven van anderen, maar niet de hoofdrolspeler. In games heb je bijvoorbeeld non-playable characters, zoals slagers, die er af en toe een oneliner uitgooien.

Zo voelde ik mij ook. Als er een film over de wereld gemaakt zou worden zou ik ergens in de figurantenlijst opgenomen worden. Bovenal was het behoorlijk raar omdat ik nooit lekker in mijn vel zat: ik zag mijn lichaam en gedachten als losse werelden. Er gebeurden dus wel dingen in mijn leven, maar er zijn hele perioden waar ik niets meer van herinner, simpelweg omdat ik gewoon aan het dagdromen was.

Verdraaid wereldbeeld

Bovendien zorgde dit verdraaide wereldbeeld ervoor dat ik mijn zelfmoordgedachtes rechtvaardigde. In de verhaallijn van de wereld maakt het immers niet uit of de slager zelfmoord pleegt. De enige reden dat ik niet de daad bij het woord voegde is omdat m’n moeder nog leefde (en gelukkig nog steeds leeft). Ik ben misschien maar een hele kleine pion in deze gigantische wereld, maar vorm een gigantisch onderdeel van haar leven.

Toen ik besefte dat ik zelfmoord steeds normaler begon te vinden en ik compleet vastzat in mijn manier van denken zocht ik contact met een psycholoog. De stap naar professionele hulpverlening vond ik niet ingrijpend, want ik was toch maar één van de miljoenen mensen wereldwijd die met hun mentale gezondheid kampen.

De intake

Tijdens de intake vroeg de jonge psychologe, die rond de 30 was schat ik, naar de gebruikelijke ditjes en datjes. Ik vulde mijn zorgverzekering en personalia in en kreeg huiswerk mee. Ik moest mijn levensverhaal omschrijven, maar wel het liefst zo beknopt mogelijk. Beknopt was hierbij schuingedrukt, wat ik nog steeds ontzettend komisch vind. Zelfs psychologen, die betaald krijgen om mensen hun ellende aan te horen, zijn klaar met je shit. Af en toe kan ik echt van dit soort cynisme genieten.

en personalia in en kreeg huiswerk mee. Ik moest mijn levensverhaal omschrijven, maar wel het liefst zo beknopt mogelijk. Beknopt was hierbij schuingedrukt, wat ik nog steeds ontzettend komisch vind. Zelfs psychologen, die betaald krijgen om mensen hun ellende aan te horen, zijn klaar met je shit. Af en toe kan ik echt van dit soort cynisme genieten.

Het zorgde er echter ook voor dat ik aan mezelf begon te twijfelen. Want, is mijn problematiek wel ernstig genoeg als ik het beknopt kan omschrijven? Bestaat er in de wereld van psychologen blijkbaar een onderscheid tussen beknopte en niet-beknopte levensverhalen? Verspil ik nu de kostbare tijd van een dure professional? Neem ik nu de plaats in van iemand die wél echt hulp nodig heeft? De lijst met vragen gaat maar door, maar je snapt het idee.

Lees ook: Hoe het is om voor heel Nederland over je depressie te praten

Naar de psychiater

We spoelen even een paar weken vooruit. Na twee sessies bij de psycholoog, waarin het vooral over mijn jeugd ging, kwam de aap uit de mouw. Ze kon mij niet verder helpen omdat de casuïstiek, love hulpverleningsjargon, te ernstig was. Of ik even met m’n ellende naar een psychiater in Amsterdam kon. Zo gezegd, zo gedaan.

Na de gebruikelijke intake, waar dit keer juíst alle details werden uitgevraagd, werd ik gekoppeld aan een psychiater werkzaam bij Arkin, ergens in de buurt van station Amsterdam Amstel. De vrouw van Indische komaf was ongeveer 50 jaar oud en gespecialiseerd in cognitieve gedragstherapie. Nu wist ik niet wat dat eerste woord betekent, maar ze had wel een heel rustgevende stem.

Ik moest wekelijks langskomen voor een sessie van een uur. Elke week mocht ik het onderwerp van de bijeenkomst zelf bepalen. Het kwam erop neer dat ik meestal totaal onvoorbereid begon te wauwelen over allerhande zaken, waarna zij probeerde te achterhalen wat het onderwerp met mij deed, want om de een of andere reden begon ik erover. Wat voel je hierbij? Waar komt het vandaan?

Hier voelde ik mij echter compleet ongemakkelijk bij. Ik was niet gewend dat iemand naar mijn gevoelens vraagt en sta bij vrienden en familie bekend als berekend, analytisch en rationeel. Ik geloofde nooit in gevoelens en deed alles op basis van feiten.

Telkens wanneer zij op mijn gevoelens inging, ontweek ik haar vragen zoals een doorgewinterd politicus. Ik verlegde de focus van mijn gevoelsleven naar haar ervaringen. Waar ga je op vakantie naartoe? Wat is het meest lijpe dat een cliënt ooit heeft gedaan? Waarom doe je dit werk? Dat soort werk.

“Waarom kijk je zoveel op de klok?”

Op een gegeven moment merkte ze op wat ik aan het doen was, en vroeg waarom ik steeds van gespreksonderwerp switchte. Ik legde uit dat ik het interessant vind om gesprekken te analyseren. Bovenal wil ik dat gesprekken ergens over gaan. Zomaar een praatje aanknopen past niet in dit plaatje. Bovendien, wat maakt het uit wat ik voel? Zoveel mensen voelen zich kut: ik ben maar een pionnetje dus waarom krijg ik zoveel aandacht van jou?

Tijdens de therapiesessies was ik zo met van alles en nog wat bezig, behalve met mijn gevoelens. Ik dacht na over hoe schaalbaar de bedrijfsvoering van psychiaters is, welke houding ik moest aannemen en hoe vaak ik moest wegkijken tijdens het oogcontact om niet als een maniak over te komen.

Daarbij hielp het niet mee dat ik zo ongeduldig als de neten ben, en daardoor continu op de klok keek. ‘Waarom kijk je steeds hoe laat het is?’, vroeg ze op een gegeven moment. Ik stamelde iets over een trein halen, maar pas veel later kwam ik erachter waarom ik tijdens die gesprekken zo onrustig was.

Samenvattend gaf er na een paar sessies de brui aan, omdat ik niet het idee had dat de gesprekken nuttig waren. Ik had niet het idee dat de in totaal vier gesprekken heel veel nut hadden, slaagde er niet in om het boeiend genoeg voor mezelf te maken en vond het economisch niet verantwoord om haar kostbare tijd te verkloten. Psychiaters zijn duur en de gezondheidszorg staat permanent onder druk, dus is het handiger wanneer iemand die wel écht klaar is voor het gesprek mijn plek inneemt, zo dacht ik.

Ik tijdens een halve marathon.

De omslag

Een week na de laatste sessie belde ze dat ze het niet verstandig vond dat ik stopte, maar dat het mijn eigen keus was. Ik had het meermaals gehad over mijn zelfmoordgedachtes en snapte dat dit voor haar een gigantische rode vlag vormde. Enfin, in november 2017 was mijn avontuur bij de psychiater over.

Zo op het eerste gezicht was er niks veranderd. Ik werkte veel, deed er een studie naast, sportte vrijwel dagelijks en sliep weinig. Ik was niet bezig met het analyseren van mijn therapiesessies. Dit veranderde in de dagen tussen kerst en oud & nieuw. Op de een of andere moment word ik tijdens deze dagen altijd ziek, waardoor ik de kans heb om veel na te denken. De hele dag YouTube-filmpjes kijken houd je immers ook niet vol.

Ik begon na te denken over de therapiesessies en wat mijn reden was om te stoppen. Ik moest denken aan haar opmerkingen over mijn klokkijkgedrag. Waarom ben ik altijd zo onrustig? Waarom zit ik nooit in het moment, maar ben ik altijd vijf stappen verder? Pas toen, in een sneue maar toch veel te dure studentenkamer in Kanaleneiland, kwam ik tot een inzicht.

De reden dat ik vaak op de klok en altijd haast heb is simpel: ik wil veel bereiken en ontleende mijn identiteit aan mijn prestaties. Sinds jongs af aan heb ik een gigantische bewijsdrang, of het nu gaat om geld verdienen, klusjes doen of bijvoorbeeld gesprekken interessant maken zodat zowel ik als mijn gesprekspartner er iets aan hebben. Zomaar dingen voor de lol doen, omdat het goed voelt, dat zat er bij mij niet in. Mijn visie was heel zwart/wit: je hebt waardevol en niet-waardevol besteedde tijd. Heel simpel.

Illustratie: DesignArf

Oorsprong

Heel cliché, maar dit stamt uit mijn jeugd. Op jonge leeftijd scheidden mijn ouders, waarna ik bij mijn moeder ging wonen. Zij had meerdere banen om ons te onderhouden terwijl mijn vader zelf met problemen worstelde. Zo dronk hij teveel, probeerde hij ons te manipuleren, was agressief en gewelddadig en was overall geen positieve toevoeging.

Hij zei bijvoorbeeld altijd dat hij zichzelf van het leven zou beroven wanneer ik, zijn jongste kind, niet meer bij hem langs zou gaan. Ook bedreigde hij mijn moeder meermaals met de dood, gooide stenen door onze ruiten en uiteindelijk moesten we onder politiebegeleiding wonen omdat hij altijd rond ons huis zwierf. Tussen alle grappen en grollen probeerden mijn moeder, broer en zussen er nog iets van te maken, waarbij mijn medewerking noodzakelijk was.

Zo kwam ik er op jonge leeftijd al achter dat het leven een serieuze aangelegenheid is. Wanneer je niks kunt toevoegen blijf je voor altijd een bescheiden rol spelen. Je moet jezelf dus van waarde maken, hetzij door zelfstandig naar school te gaan zodat je zus kan werken, eten te koken voor de anderen of door het huis schoon te maken. Zodoende was ik vanaf jongs af aan al heel verstandig en verdiende ik rond mijn tiende goed geld met mijn eigen handel op Marktplaats.

Lees ook: Interview: ‘Ik werk tijdens de feestdagen bij de zelfmoord-crisislijn’

Voor- en nadelen

Die opvoeding heeft ervoor gezorgd dat ik niet zo snel klaag en bereid ben om langer en meer te werken dan veel anderen. Al sinds mijn 17e werk ik niet meer voor een baas en ik heb altijd mijn eigen geld verdiend, tegenwoordig als journalist. Bovendien sport ik vrijwel dagelijks en zien mensen mij als atletisch, terwijl ik tot mijn zestiende flink overgewicht had. Daarnaast ben ik bezig met het laatste jaar van mijn universitaire studie.

Aan de andere kant heb ik volgens de psychiater een flink minderwaardigheidscomplex aan deze periode overgehouden. Ik vind het lastig voor te stellen dat mensen mij naar gevoelens zouden vragen, omdat mijn wereldbeeld hier veel te zwartgallig voor was, en eerlijk gezegd nog steeds een beetje is. Gewoonweg vriendschappen aangaan en lullen over onzinnige shit deed ik dan ook eigenlijk niet: de verbinding moest wel nuttig zijn.

Dit uit zich zowel op oppervlakkig, als niet-oppervlakkig vlak. Wanneer klasgenoten op de middelbare het hadden over de nieuwste film, game of serie kon ik alleen maar denken aan de nutteloosheid van het onderwerp. Ga je tijd besteden aan iets waar je geld mee kunt verdienen zoals het bouwen van een webshop ofzo.

Datzelfde wereldbeeld zorgde ervoor dat ik kneiter ongemakkelijk was bij de psychiater. Waarom vraag je naar gevoelens? Die zelfmoordgedachten moeten gewoon weg, want anders doe ik het misschien wel. Wie geeft om mijn gevoelens? We moeten gewoon de zaak ‘Michel van ’t Klaphek’ behandelen. Duurt lang.

Rationeel denken is passé

Pas in die decembermaand van 2017 kwam ik erachter dat je gevoelens bepalen hoe je de wereld ziet. De wereld is ontzettend complex en vaak allesbehalve zwart/wit, maar meer dan vijftig tinten grijs. Je kunt dus niet blijven hangen in zo’n gehaaste, zwartgallige mindset want aan het eind van de dag heb je daar alleen jezelf mee. Dat jij je kut voelt maakt een ander in principe namelijk niet uit.

Wat ik dus heb moeten doen is op zoek gaan naar geluk. Ik heb mijn rationele kant beetje bij beetje laten gaan en ben meer op gevoel gaan leven. Dat is knap lastig wanneer je je gedachten altijd als afweertechniek heb gebruikt, maar niet onmogelijk. Mijn grootste uitdaging was ervoor zorgen dat ik mijn eigenwaarde niet langer liet afhangen van prestaties en het groter voelen dan anderen.

Bovendien heb ik losgelaten dat ik ‘nou eenzaam zo ben’. Jarenlang verschuilde ik mij enigszins achter mijn traumatische jeugd en gebruikte ik het als een smoes. Als ik weer eens flipte tijdens een groepsproject op school omdat alle medestudenten zo lamlendig als de tering waren rechtvaardigde ik dit voor mezelf door te zeggen dat ze uit goede gezinnen komen en niet weten wat het is om te moeten presteren.

Je kunt veranderen, gelukkig maar

Je persoonlijkheid is echter absoluut te veranderen, zowel in positieve als negatieve zin. Het leven dat je nu leeft is een opeenstapeling van keuzes die je zelf heb gemaakt, bewust of onbewust. Tuurlijk krijgt de een meer op zijn bord dan de ander, maar de clue is dat dit ontzettend relatief is: er zijn geen gradaties van ellende dus levensverhalen vergelijken is vaak zinloos.

Mijn depressie is allesbehalve ‘opgelost’ dankzij het psychiaterbezoek, maar het heeft me wel ontzettend veel over mezelf geleerd. Ik weet nu bijvoorbeeld waarom ik vroeger zo vaak op de klok keek.

Volg Commen op Facebook, Twitter en Instagram voor meer taboedoorbrekende verhalen 

Heb ik ADHD of autisme? Waarom de grens moeilijk te trekken is

ADHD of autisme (1)

Een paar weken geleden schreef Suus het artikel “20 trekjes die iedereen met autisme herkent”. Ik heb dat artikel met veel interesse gelezen, omdat ik, net als veel anderen waarschijnlijk, veel dingen herken. Toch scoorde ik tijdens gesprekken met psychologen op de ‘schaal van autisme’ vrij laag.

ADHD of autisme

Ik denk dat het onderscheid tussen de vele psychische aandoeningen die de DSM-V beschrijft vaak erg ‘blurry’ is. De grenzen zijn wazig. Het is niet voor niets dat een aanzienlijk deel van de mensen die zich herkent in een bepaald label, zich ook herkennen in kenmerken van andere aandoeningen. En mentale problemen blijven vooral subjectief: het is vaak niet vast te stellen aan de hand van bloed- of lichamelijk onderzoek.

Met deze dingen in het achterhoofd heb ik de 20 trekjes die Suus beschrijft nog eens gelezen, en een paar gedachtegangen onder elkaar gezet. Dit om te laten zien wat mogelijke verschillen zijn tussen ADHD en autisme, maar ook om te laten zien dat mentale problemen vooral erg persoonlijk zijn en daardoor moeilijk te categoriseren.

Overprikkeld raken door verandering en alles op dezelfde manier willen doen

In de media, via mijn omgeving of op een andere manier hoor ik vaak dat mensen denken dat iemand met ADHD 0 structuur in zijn of haar leven heeft. Dat ze met 20 dingen tegelijk bezig zijn en heel impulsief dingen ondernemen. Dit beeld klopt vast voor veel ADHD’ers en gedeeltelijk ook voor mij, al spelen die 20 dingen zich voornamelijk in mijn hoofd af.

Tegelijkertijd weet ik al een poosje dat ik ADHD heb en heb ik heel veel tools aangeleerd gekregen die mij in het dagelijks leven helpen. Een belangrijk methode die ik toepas, is júist routine in mijn leven aanbrengen. Ik leg mijn sleutels altijd op de koelkast als ik thuiskom, ik eet op vaste dagen met vrienden, ga op vaste dagen sporten. Die regelmaat biedt houvast.

Daardoor kan het zijn dat ik heel gestructureerd overkom op mensen die mij niet zo goed kennen, maar het aanbrengen van die structuur gaat dus niet vanzelf. Als ik zo’n routine dan helemaal heb aangeleerd, dan vind ik het heel erg moeilijk als er dingen veranderen. Ik kan helemaal in paniek raken als die sleutels nog in mijn tas zijn blijven zitten bijvoorbeeld.

Ik herken dus het niet altijd goed om kunnen gaan met verandering. Daarbij is een groot verschil dus dat ik dingen niet per se op dezelfde manier wil doen, maar vooral doe omdat ik weet dat dat verstandiger is.

Lees ook: Ik heb autisme, ook al zie je dat niet aan mij

Illustratie: Vijay Verma

Focus

Suus beschrijft ook het zo opgaan in je interesses, dat je al het andere om mij heen vergeet. Dit herken ik volledig. Zo kan ik uren doorbrengen op de website van het farmaceutisch kompas en kan ik je zodoende heel veel vertellen over de bijwerkingen van een willekeurige maagbeschermer of NSAID.

Of die kennis me nou echt verder gaat helpen in het leven betwijfel ik, maar de uren vliegen voorbij terwijl ik de bijsluiters uitpluis. Ik ben soms dus mega gefocust op één ding, maar dat is niet altijd datgene waar ik me het beste op kan richten.

Knuffelen ter begroeting is niks voor mij

Ik denk dat dit niet alleen komt door mentale toestanden, maar ook gewoon door wie ik ben. Ik hoor weleens dat ik duidelijk uitstraal een handdruk boven de “heeeee hoe is het” met bijbehorende knuffel te verkiezen. Niks mis mee volgens mij, ieder z’n voorkeur. Wel heb ik een vrij gespannen lijf, wat ervoor zorgt dat ik een onverwachte aanraking niet echt als chil ervaar.

Als iemand me een goedbedoeld kneepje in mijn arm of been wil geven, dan doet dit vaak oprecht pijn. Het ongemakkelijke aan fysiek contact met mensen die je niet zo goed kent, heb ik ondertussen maar gewoon geaccepteerd. Ik herken dit trekje dus zeker, maar ik weet niet of de achterliggende redenen hetzelfde zijn als die van mensen met autisme.

Zoveel mensen zoveel meningen

Naast herkenning, waren er ook een aantal dingen die juist totaal niet herken bij mezelf. De vraag ‘hoezo denk niet iedereen hetzelfde als ik?’ is daar een voorbeeld van. Als ik met meerdere mensen tegelijk in één ruimte over hetzelfde onderwerp praat, dan voel ik aan dat er zóveel verschillende meningen zijn onder die mensen (tenminste, dat denk ik dan te merken, ernaar vragen durf ik lang niet altijd).

Die enorme verscheidenheid aan vibes overvalt me dan vaak. Dit kan ervoor zorgen dat ik dan bijna niks meer zeg. Aan de andere kant ben ik wel iemand met zelf ook een sterke mening. Als ik me dan op mijn gemak voel, kan ik soms keihard de discussie aangaan. Voor mij zijn die discussies heel leuk en leerzaam, ik trek me de dingen die gezegd worden niet persoonlijk aan. Ik ga er dan vol in (over focus gesproken).

Maar niet iedereen vindt discussiëren een ontspannen aangelegenheid en sommigen trekken zich dingen juist wel aan. Hier ben ik me dan in het moment zelf niet bewust van, maar als ik dan weer alleen ben, dan voel ik me vaak heel erg schuldig. Dan overdenk ik het gesprek en bedenk me weer dat er heel veel meningen zijn en ben ik bang de mijne aan anderen te hebben opgedrongen.

Ik kan me dan juist goed voorstellen dat mensen anders over dingen kunnen denken en bedenk me verschrikt dat ik dat wellicht helemaal niet goed genoeg heb laten merken. Nu is die onzekerheid ook onderdeel van jongvolwassen zijn, maar soms tuimelen de nuances en twijfels over elkaar heen in mijn hoofd.

Ook interessant: Interview: Hoe is het om een relatie te hebben met een ADHD’er?

So what?

Wat wil ik met dit alles nou zeggen? Geen idee. Ik denk gewoon dat het goed is om je bewust te worden van de overlap en de verschillen die er zijn tussen bijvoorbeeld autisme en ADHD en dat er verschillende oorzaken kunnen zijn voor dezelfde problemen. En dat het categoriseren van psychische klachten niet betekent dat je de klachten van elkaar kunt scheiden.

Dit geldt ook voor mensen zonder ADHD die zich wel herkennen in sommige problemen. Het gaat dan niet om het onderscheiden van ADHD en autisme, maar om het delen van die problemen. “We zijn allemaal een beetje autistisch” met daarnaast een vleugje ADHD.

Volg Commen op Facebook, Twitter en Instagram voor meer taboedoorbrekende verhalen 

Verwerken
Topper! Je bent ingeschreven.

Hoe het is om voor heel Nederland over je depressie te praten

Elwin Goedgedrag Interview (4)

“Door het programma besef ik dus des te meer dat er een gigantische behoefte is om openlijk over dit soort kwetsbare onderwerpen te praten, helemaal onder mannen.”

Elwin Goedgedrag interview

In #jesuisdepri praten vijf jongeren over hun ervaringen met depressie. Het tv-programma won in november 2018 de MIND Antonie Kamerling Award. Deze prijs is bedoeld voor het boek, documentaire of programma dat het gesprek over psychische gezondheid het meest heeft bevorderd.

Een van de ervaringsdeskundigen die openhartig over zijn problemen sprak is Elwin (27). Deze Rotterdammer zat in tegenstelling tot de andere jongeren echter niet middenin een depressie, maar keek terug op deze turbulente periode. Dit maakt zijn verhaal echter niet minder indrukwekkend. Zo vertelt Elwin in gesprek met Jan Kooijman over hoe hij als puber continu aan zelfmoord dacht.

Hoe is het om voor heel Nederland zo openlijk over je problemen te praten? Hoe reageert je omgeving hierop? En waarom zaten er niet meer jongeren met een kleurtje in het programma? Daarover wilde ik Elwin graag wat vragen stellen. We spraken daarom op een uiterst druilerige dag af bij de Hogeschool van Rotterdam, waar hij studeert.

Elwin Goedgedrag interview voor hogeschool
Alle foto’s door de auteur.

Michel: Waarom wilde je hier afspreken?
Elwin: Ik wilde hier afspreken omdat het de eerste school is waar ik mij thuis heb gevoeld. Ik ben op de basisschool en middelbare gepest en voelde mij niet thuis op mijn vorige hogeschool. Daarbij ontwikkelde ik depressie- en angstproblematiek, dus het was voor mij een heel bijzonder moment toen ik hier in mijn eerste jaar naar binnen stapte. Ik voel mij hier veilig en het is als een tweede huis voor me. Als het goed is ben ik eind deze maand klaar met mijn studie Social Work.

Het gaat je vast lukken! Zeg, we staan hier natuurlijk omdat jij meedeed aan #jesuisdepri. Jij blikte als enige terug op je depressie, en zat er niet middenin. Waarom deed je mee?
Ik heb altijd geprobeerd om als ervaringsdeskundige naar buiten te treden en werd op een gegeven moment voor het programma gevraagd. Ik dacht bij mezelf ‘ik doe het gewoon’. Bovendien breng ik zo wat meer kleurvariatie aan bij de deelnemers.

Ik heb zelf het idee dat het taboe op mentale gezondheid in de gemeenschap van mensen met een migratieachtergrond behoorlijk is. Herken je dat?
Ik denk wel dat dat klopt. Ik begeleid gespreksgroepen op de Hogeschool Rotterdam en daarin geven studenten van de Antillen bijvoorbeeld aan dat het woord depressie daar helemaal niet in het woordenboek voorkomt. Het is 1 big happy island en iedereen lacht en heeft het leuk. Het zou een no-go zijn om het te hebben over psychische kwetsbaarheid.

Persoonlijk heb ik vanaf jongs af aan al sporen achtergelaten waaruit blijkt dat het niet zo lekker ging. Ik was er echter wel heel erg teruggetrokken in en thuis spraken we ook niet over deze problemen. Terwijl nu, op latere leeftijd, mijn moeder vroeger ook trekjes van depressie vertoonde. Daarnaast had mijn vader last van verslavingsproblemen. De problematiek was dus wel aanwezig, maar ervoor gaan zitten, op tafel leggen en oplossen was er niet bij.

Ook interessant: Straatvraag: heb jij weleens aan zelfmoord gedacht?

Interessant om te horen. Hoe was het om een tv-programma op te nemen?
Het ging vooral heel snel. De opnames zijn denk ik binnen anderhalve maand gemaakt en we hadden zo’n vier afspraken nodig. Per afspraak werd besloten wat we op die dag zouden opnemen.

Ik vond het hele proces heel gek. De camera zat achter een spiegel geplakt waarna ik mijn verhaal in de lens moest vertellen. Vervolgens moest ik bij het beantwoorden van vragen in de ‘ik-vorm’ spreken, terwijl ik gewend om vanuit de tweede persoon te praten. Dit, gecombineerd met die spiegel waardoor je jezelf continu aankijkt, maakte het tot een behoorlijk aparte ervaring. We waren vaak uren bezig om het allemaal goed op beeld te krijgen. Pas zodra ik thuis kwam dacht ik bij mezelf ‘Dit komt binnenkort echt op tv’.

Het klinkt heel intens.
Lachend: Ja! Het was een behoorlijke mindfuck. Vooral de laatste aflevering, waarin ik het met mijn neef over mijn depressie heb, vond ik opmerkelijk. Wij zijn als broers voor elkaar, maar hij is juist één van die mensen waar ik mijn problemen niet mee heb gedeeld. Je komt er tijdens het filmen dus achter dat je helemaal niet zo open bent over je problemen dan gedacht.

Hoe reageerde de rest van je omgeving?
Mijn moeder is er inmiddels aan gewend dat ik mijn verhaal op tv doe. Drie jaar geleden was ik bijvoorbeeld bij Omroep Max over hetzelfde onderwerp te zien. Zij vindt het prima dat ik ronduit over vroeger vertel, als ik haar maar niet bij naam en toenaam benoem.

Het programma heeft ervoor gezorgd dat zij en ik opener zijn geworden naar elkaar. We zijn meer gaan praten over vroeger en hoe zij zich toen voelde. Daarnaast is het bijzonder dat kijkers contact met je zoeken via Facebook en social media. Ze vertellen heel openhartig over hun ervaringen met depressie en ineens heb je een heart-to-heart verbinding met compleet onbekenden.

Door het programma besef ik dus des te meer dat er een gigantische behoefte is om openlijk over dit soort kwetsbare onderwerpen te praten, helemaal onder mannen. Die connectie maken met onbekende mensen blijft ontzettend bijzonder.

Lees ook: Ik sprak Sophie Hilbrand over fuck-ups, je passie vinden en jezelf bekijken door de ogen van een bejaarde

Elwin Goedgedrag interview voor hogeschool

Ben je ook wel eens herkend?
In Utrecht een keertje. Net na de tweede uitzending van het programma zat ik met een bekende te lunchen, waarna een vrouw langs ons tafeltje liep. Ze zegt ineens “Ik herken jou. Jij zit in #jesuisdepri, ik heb het van de week nog gezien.” In die periode dacht ik ook dat mensen mij nét iets langer dan gebruikelijk aankeken tijdens het voorbijlopen. Ik weet niet of dit echt zo was, maar in mijn hoofd kon ik het alleen koppelen aan het programma.

Je bent nu bijna klaar met je studie: wat zijn de plannen voor hierna?
Eerlijk gezegd ben ik nog gigantisch zoekende. De afgelopen vier jaar ben ik al ontzettend actief geweest als ervaringsdeskundige en ik ben ook bevoegd om anderen hierin te trainen. Daarnaast ben ik dus bijna klaar met mijn studie en heb ik inmiddels een hoop ervaring in Social Work opgedaan. Ik weet alleen niet of ik mijzelf dit de komende 50 jaar zie doen.

De afgelopen maanden zit ik daarom ontzettend met mezelf in de knoop. Wat wil ik precies doen? Wat voor werk ga ik zoeken? Moet ik snel een baantje zoeken omdat ik anders de huur niet kan betalen? Nu heb ik al die ideeën opzijgezet, en ga ik eerst twee maanden met m’n vriendin naar Panama en Costa Rica. Ik hoop dat ik daar tot nieuwe inzichten kan komen.

De enige zekerheid die ik nu zie is dat ik een opleiding tot logotherapeut wil volgen. Hierbij help je mensen met het zoeken naar zingeving. Je beantwoordt dus vragen als ‘Wat is jouw reden om te leven?’ Ik ben op mijn gelukkigst wanneer ik met mensen praat over hun passie, dus dat is een goede opleiding voor mij.

Je hebt je vriendin pas na het programma leren kennen. Hoe gaat zij met jouw verleden om?
In oktober van 2017 kwam ik in een burn-out terecht en af en toe geeft dat nog steeds een klap. Sindsdien ben ik niet helemaal mezelf meer, ik ben bijvoorbeeld minder optimistisch dan voorheen. Op sommige momenten ben ik dus superkritisch op mezelf. Als partner maakt zij dat heel intensief mee. Voor ons beiden is dit lastig. Ik denk namelijk dat ik genoeg communiceer met haar, terwijl zij dit niet zo ervaart.

Gelukkig zijn wij als ying en yang. Ik ben zachtaardig van karakter en heel empathisch richting anderen. Zij is meer een combinatie van empathisch en zakelijk en gewend om haar eigen boontjes te doppen, terwijl ik heb moeten leren om samen de boontjes te doppen. Door met elkaar te praten komen we er zo samen altijd wel uit. Haar iets strakkere karakter zorgt er daarnaast voor dat ik niet zo snel in problemen blijf hangen.

Lees meer interviews met (on)bekende mensen over taboedoorbrekende onderwerpen

Volg Commen op Facebook, Twitter en Instagram voor meer taboedoorbrekende verhalen 

Waarom beschadigen mensen zichzelf?

Waarom beschadigen mensen zichzelf uitgelicht

Zelfbeschadiging is een verzamelnaam van verschillende manieren om jezelf pijn te doen. Het verschilt per persoon welke vorm zelfbeschadiging aanneemt en wat de achterliggende redenen zijn.

Waarom zelfbeschadiging? 4 redenen

Je doet dit immers niet zomaar. Er zijn een hele hoop redenen waarom iemand zichzelf beschadigt, en in dit artikel passeren een aantal de revue. Hierbij wil ik benadrukken dat zelfbeschadiging nooit een gezonde manier is van met problemen omgaan. Wel wil ik als ervaringsdeskundige laten zien hoe het werkt en zo meer begrip creëren.

Omgaan met negatieve emoties

De eerste reden achter zelfbeschadiging is omgaan met negatieve emoties. Denk hierbij aan verdriet, woede, angst of een algeheel gevoel van spanning. Zelfbeschadiging werkt hierbij als een ontlading. Door jezelf fysiek pijn te doen verdwijnen de emoties voor even naar de achtergrond. Je voelt je hierdoor opgelucht.

Mensen die zich vooral vanwege deze reden beschadigen, voelen zich dan ook vaak lichter na de daad. Het haalt als het ware de last van hun schouders en ze hoeven emotioneel niets te voelen. Daarnaast laat je eventuele woede op deze manier los.

Lees ook: Waarom zelfbeschadiging hetzelfde is als een verslaving

Doorbreking van leegte of dissociatie

Daarnaast is zelfbeschadiging voor sommigen een manier om de leegte in hun leven te doorbreken. In plaats van leegte voelen, of niets voelen, ervaar je fysieke pijn. Je vult hierbij dus het gat op met prikkels. Dit kan opnieuw zorgen voor een gevoel van opluchting, mede door de endorfine die hierbij vrijkomt.

Doorbreking van dissociatie, waarbij je als het ware de ‘feeling’ met je lichaam mist, lijkt hier heel erg op. Mensen die zelfbeschadiging om deze reden gebruiken proberen zo als het ware terug te keren in hun eigen lichaam. Dankzij de fysieke pijn voelen ze weer connectie met hun lijf, al is het maar voor even.

Illustratie: Joseph Lee

Een schreeuw om hulp

Niemand beschadigt zichzelf om alleen maar aandacht te trekken. Wel denk ik dat het een manier is om om hulp te vragen. Fysieke pijn, met de eventuele bewijzen hiervan, zijn toch makkelijker uit te leggen dan iets wat in je hoofd zit. Dit punt gaat overigens niet alleen op voor automutilatie, maar ook voor mensen die bijvoorbeeld kampen met depressies of angststoornissen.

Bij zelfbeschadiging is het voor iedereen – jijzelf, eventuele vrienden en kennissen en hulpverleners – direct duidelijk dat er wat aan de hand is. Dit is fijn, want zelf kun je het misschien niet uitleggen. Wanneer je toch zo ver bent dekt je verklaring wellicht niet de lading. Zelfbeschadiging kan dus een schreeuw om hulp zijn wanneer mensen hun gevoelens niet onder woorden kunnen brengen.

Straf en onderliggende problematiek

Een laatste manier waarop zelfbeschadiging vaak wordt ingezet is als iemand zichzelf wil straffen. Dit komt vaak voor bij mensen met een laag zelfbeeld of rasechte perfectionisten. Als ze in hun eigen ogen ‘gefaald’ hebben kan dat een heftige reactie uitlokken, zoals zelfbeschadiging.

Zelfbeschadiging is vaak een symptoom van iets anders, of een aanwijzing dat er meer aan de hand is. Zelfbeschadiging begint vaak als een uiting van onderliggende problematiek, zoals een laag zelfbeeld, niet om kunnen gaan met negatieve emoties of psychische aandoeningen.

Dit betekent niet dat zelfbeschadiging ook direct stopt wanneer de onderliggende problemen verdwenen zijn. Zelfbeschadiging is namelijk een veelomvattend begrip, en er is behoefte aan één duidelijke definitie. Nu praten we nog teveel langs elkaar heen.

Lees ook: We hebben een nieuwe definitie voor zelfbeschadiging nodig

Volg Commen op Facebook, Twitter en Instagram voor meer taboedoorbrekende verhalen 

Knappe mensen over de keerzijdes van hun uiterlijk

Knappe mensen over waarom ze niet versierd worden

‘Ik ben zelfs nog nooit op een date geweest en heb ook nog nooit een vriendje gehad. Ik ben in totaal maar drie keer mee uitgevraagd.’

Knappe mensen over waarom ze niet versierd worden

Soms kom je mensen tegen die ontzettend knap zijn. Goed postuur, symmetrisch gezicht, glanzend haar en een uitstekende kledingstijl. Je zou zeggen dat deze mensen de wereld aan hun voeten hebben liggen. Toch?

Verschillende onderzoeken tonen aan dat knappe mensen makkelijker aan een baan komen, gezonder zijn en meer verdienen. Daartegenover zouden ze minder snel serieus genomen worden, en potentiële partners alleen maar een gesprekje aanknopen vanwege de looks. Er kleven dus voor- en nadelen aan knap zijn, maar hoe is het om hiermee te leven? Twee knappe mensen vertellen over de invloed van hun uiterlijk op dates, Tinder en versierpogingen. 

In 2018. Foto van Olga’s Twitter.

Olga Nepomnyaschchy, 20

‘Ik kom uit Ulyanosk, Rusland en ben op mijn tweede geïmmigreerd. Tijdens de basis- en middelbare school werd ik veel gepest, voornamelijk omdat ik uit het buitenland kwam. Daarnaast groeiden mijn tanden een beetje naar buiten, waardoor sommige kinderen mij uitscholden voor hamster. Tot overmaat van ramp overleed mijn moeder halverwege de middelbare school, waar ik niet mee om kon gaan.’

‘Uiteindelijk werd ik aan het eind van de middelbare school opgenomen voor een eetstoornis, waar ik heb moeten leren mijn eigenwaarde niet van anderen af te laten hangen. Ik accepteerde hoe ik eruitzag, kwam aan en begon mij te verdiepen in hoe ik eruit wilde zien. Sinds ik aan de universiteit studeer wordt er een hoop met mij geflirt, maar niet in het echt.’

In 2013. Foto van Olga’s Twitter

‘Soms kreeg ik notificaties van Tinder dat 100 jongens mij hadden geliket. Voor de grap heb ik samen met mijn vriendinnen eens Tinder Gold aangeschaft, en toen bleek dat binnen 1 maand meer dan 10.000 jongens mij naar rechts hadden geswipet. Je zou zeggen dat dit goed is voor je zelfvertrouwen, maar dat is niet zo. Ik word er alleen maar meer zelfbewust en nerveus van.’

‘In het echt word ik nooit versierd. Jongens kijken wel naar me, maar meestal is het behoorlijk opzichtig en komt er nooit geen gesprek los. Ik wil iemand tegenkomen die mij niet alleen wil zoals ik nu ben, maar die ook mijn verleden accepteert. Want ook al vinden veel mensen mij nu “mooi”, ik voel mij vaak nog lelijk, omdat ik vroeger niet de knapste was. Misschien straal ik dit uit.’

Lees ook: Ik sprak Sophie Hilbrand over fuck-ups, je passie vinden en jezelf bekijken door de ogen van een bejaarde

Mattéa in 2019. Foto van Mattéa’s Instagram.

Mattéa Lusk, 20

‘Er wordt eigenlijk nooit met mij geflirt. Wel krijg ik veel complimenten, maar die zijn voornamelijk van compleet vreemden: “Wat heb je mooi haar!”, “Je ogen zijn zo blauw” en “Zijn je wenkbrauwen echt?”, dat soort dingen. De laatste keer dat iemand mij probeerde te ‘versieren’ was toen een bejaarde man aan mij vroeg of ik seks wilde hebben. Heel aantrekkelijk aanbod, maar nee.’

‘Ik ben zelfs nog nooit op een date geweest en heb ook nog nooit een vriendje gehad. Ik ben in totaal maar drie keer mee uitgevraagd. Ik ben pas 20 en heb daarom alle tijd van de wereld om dit nog mee te maken, maar het is toch wel apart dat ik wel complimenten krijg, ook van jongens, maar nooit op date wordt gevraagd. Ook is het heel goed mogelijk dat ik flirtgedrag niet eens doorheb.’

‘Waarschijnlijk ligt dit ook aan mezelf. Ik ben heel verlegen en behoorlijk teruggetrokken. Dit verandert pas wanneer ik op m’n gemak ben bij mensen maar meestal kom ik nooit tot dit niveau. Waarschijnlijk ligt dit aan mijn afwijkende hobby’s en interesses.’

‘Ik hou bijvoorbeeld ontzettend veel van sport kijken, luister veel podcasts over van alles en nog wat en ben van plan mijn eigen webshop te lanceren. Daarnaast ben ik bezig met Frans leren. Ik bedoel dit niet opschepperig en zou mezelf nooit uniek noemen, maar ik ben niet je typische meisje. Bovendien ga ik niet veel uit. Wel krijg ik aandacht op Instagram, maar daar ben ik vast niet uniek in.’

Volg Commen op Facebook, Twitter en Instagram voor meer taboedoorbrekende verhalen 

De 7 beste lifehacks voor introverte mensen

Introvert tips (3)

“Het probleem met praten over koetjes en kalfjes is dat er geen duidelijk doel is: het gesprek zelf lijkt het enige doel. Aangezien dit een spel zonder regels is, moet je deze regels als introvert zelf maken.”

Introvert tips

Nog steeds weet ik niet of ik introvert of extravert ben. Soms heb ik tijd nodig om te ‘herstellen’ van sociaal contact, terwijl ik op andere momenten het liefst de hele tijd door mensen omringd wil zijn. Volgens mij ligt het vooral aan de situatie.

Het is echter wel een feit dat sommige mensen energie krijgen van contact met anderen, terwijl dit voor anderen juist energie kost. Zij hebben tijd nodig om weer op te laden. Wanneer jij aan het eind van de dag reikhalzend uitkijkt naar thuiskomen, waar iedereen wél z’n boek houdt, val je waarschijnlijk in de tweede categorie. Dit zijn de 7 beste introvert tips.

1. Begin klein

Een belangrijk onderdeel van introversie is terugtrekken. Je hebt tijd nodig om te herladen, voordat je weer in een groep mengt. Het is vermoeiend om continu omringd te zijn door mensen, dus begin klein. Probeer bijvoorbeeld langzaam je aanwezigheid in een groep op te bouwen, of gesprekjes met mensen die je nog niet kent aan te knopen.

Van een praatje met je huisgenoot, collega, vriend van je klasgenoot, verre achternicht tot aan een willekeurige reiziger in de trein: dat werk. Als introvert heb je een hoop te melden, bijvoorbeeld omdat jij wél de tijd neemt om de situatie te analyseren, dus voeg je waarde toe aan de groep. Geef jezelf hierna echter direct de tijd om weer te herladen.

2. Heb een doel

Het probleem met mensen is dat ze zo wispelturig als de neten zijn. Net wanneer jij lekker wilt uitweiden over wie de Mol nou in godsnaam is gaat klagen verandert je gesprekspartner het onderwerp ineens. Je raakt een beetje in paniek, want je hebt helemaal geen mening over politiek of het weer, dus probeer je het gesprek af te kappen.

Veel van dit soort ‘casual’-praatjes hebben totaal geen diepgang en voegen weinig toe. Dit terwijl veel introverte mensen het juist over gewichtige onderwerpen willen hebben. Aangezien sociaal contact geen concrete spelregels heeft, moet je deze zelf maken. Zo omschrijven mensen mij als geïnteresseerd, sociaal en gezelschapsdier, terwijl dit niet per se zo is. Het geheim is dat ik gesprekken altijd met een doel aanga.

Introvert tips
Illustratie: Designarf

Wat wil ik uit het gesprek met degene voor mij halen? Wat wil ik vragen? Wat weet diegene dat ik niet weet? Hoe kan ik hierachter komen? Ik zie gesprekken dus als een soort puzzelspel, waardoor het ineens een stuk boeiender wordt. Bovendien weet ik zo hoe ik mij in het gesprek moet ‘gedragen’ en sta ik niet eens met m’n bek vol tanden.

Zodoende heb ik inmiddels Sophie Hilbrand geïnterviewd over haar burn-out, wildvreemde voorbijgangers gevraagd naar zelfmoord en presentaties voor honderden mensen gegeven. Hier draai ik mijn hand inmiddels niet meer voor om, omdat ik weet wat van mij verwacht word. Zodra ik echter een “Lekker weertje, hè?”-gesprek moet aanknopen begin ik te stotteren als een bezopen Fries.

Lees ook: Wat je moet doen als je verliefd bent op je therapeut

3. Benut je introversie

Dat introverte mensen kunnen uitblinken in situaties die op het eerste gezicht extravert lijken, bewijst professor Adam Grant. Hij studeerde magna cum laude af als organisatorisch psycholoog aan Harvard en liet zien dat introverte mensen net zo goed kunnen uitblinken in speeches en presentaties als extraverten. Angst voor spreken in het openbaar ligt niet aan je introversie, maar aan externe factoren.

Grant heeft ook bewezen dat introverte mensen uitstekende leiders en managers zijn, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht. Jij laat mensen immers wél uitpraten en hun ideeën delen, waardoor ze zich op hun gemak voelen bij je. Dit terwijl extraverten nogal eens de neiging hebben om hun zin door te drijven en input van anderen te overschreeuwen. Niet voor niets zijn een hoop (moderne) leiders dan ook introvert, zoals Gandhi, Einstein, Bill Gates, J.K. Rowling en Mark Zuckerberg.

Wetenschapsjournalist Winifred Gallagher verwoordde het als geen ander: “Zonder introverten zou de wereld geen zwaartekrachttheorie, Harry Potter, relativiteitstheorie of Facebook kennen.” Met alle recente schandalen over het sociale platform is dit nu misschien niet de beste quote om te delen, maar je snapt het idee.

Introvert tips
Illustratie: Designarf

4. Doe alsof iedereen verliefd op je is…

…Maar houd alsjeblieft je broek aan. Je moet doen alsof mensen verliefd op je zijn, maar niet de daad bij het woord voegen. Het is wetenschappelijk bewezen dat je pupillen tot wel 45 procent kunnen vergroten wanneer je praat met een geliefde. Hierdoor let ik tegenwoordig op hoe gesprekspartners mij aankijken, zonder als een idioot te staren.

Het zorgt ervoor dat ik meer in het gesprek zit en iets heb om op te focussen: de ogen. Meestal ben ik met tientallen dingen bezig, ook tijdens praten, dus is het fijn om één ijkpunt te hebben. Bovendien zorgt direct oogcontact ervoor dat het aanvoelt alsof de ander geïnteresseerd is in je.

Vind je het lastig om oogcontact te hebben? Probeer dan te zoeken naar iets dat je bevalt aan de ander: kledingstijl, gezichtsvorm, ogen, oren, stem, de handdruk of bijvoorbeeld hun glimlach. Focus je tijdens het gesprek op dat ene dat je aanspreekt. Het zorgt ervoor dat je ander gaat mogen waardoor je het fijner vindt om in zijn of haar aanwezigheid te zijn. Praten draait namelijk niet altijd over informatie uitwisselen, maar om verbinding maken.

Ook interessant: Hoe je de Marie Kondo-opruimtechniek gebruikt voor je gezondheid

5. Benut je voordelen

Alhoewel bijna niemand compleet introvert of extravert is, zijn er wel enkele overeenkomsten. Zo krijgen introverten over het algemeen energie van tijd alleen doorbrengen. Dit kun je natuurlijk als een sombere aangelegenheid zien, maar je kunt het ook in je voordeel gebruiken. Wanneer extraverten elkaar overschreeuwen, in overprikkelde omgevingen rondlopen en energie krijgen van elkaars aanwezigheid heb jij tijd voor andere dingen.

Probeer deze uren nuttig te besteden aan iets dat je leuk vindt. Of dit nu muziek, films, lezen, fotograferen of schrijven is. Zelf heb ik vanaf mijn 16e tot 20ste gewerkt aan mijn eigen webshops. Hierdoor leerde ik een hoop nieuwe mensen kennen, wist ineens hoe je websites moest bouwen, wat marketing is, hoe je administratie doet, je promotiemateriaal vormgeeft en nog veel meer om op te noemen. Bovendien verdiende ik er goed geld mee.

Via-via kwam ik in contact met een investeerder, die de shops overnam. Uiteindelijk ben ik de (tech)journalistiek ingerold, terwijl leeftijdsgenoten nog aan het studeren zijn voor hun journalistieke papiertje, terwijl de kansen op een baan echt minimaal zijn. Dit bedoel ik niet opschepperig, maar ben er wel trots op. Als introvert houd je een hoop tijd over en deze uren kun je het best besteden aan iets dat je leuk vindt. Als je ergens écht goed in word willen mensen je er altijd voor betalen, dus maak je daar geen zorgen om.

Lees ook: Waarom zelfhulpboeken kut zijn

Introvert tips
Illustratie: Designarf

6. Stop met overdenken, maar echt

Ik denk dat ik voor een hoop introverte mensen spreek wanneer ik zeg dat wij het fantastische/gigantisch vervelende talent om alles te overdenken. Maar dan ook echt alles. Stel: je zit met twee mensen op kantoor waarna een derde collega binnenloopt. Hij vraagt aan je mede-collega of hij/zij misschien een nietmachine heeft.

Direct begin je bij jezelf te denken waarom de vraag niet aan jou werd gesteld. Vindt hij je niet aardig? Is je kledingkeuze wel goed? Past dit werk wel bij je? Is dit misschien de reden dat je nog steeds single bent: mensen zien je niet staan? Is het tijd voor een andere baan? Enfin, je kent het riedeltje vast wel: van kwaad tot erger.

Het is gigantisch moeilijk om rust in je hoofd te krijgen en ik heb dan ook een hoop geprobeerd. Wat tot nu toe goed werkt is meditatie en beseffen dat je gedachten niets betekenen: ze krijgen pas waarde zodra jij er een emotie aan vastplakt. Tijdens meditatie leer je hersenspinsels, kronkels en gedachten analyseren, in plaats van meegaan in de emotie. Je hoeft hier dus niet verdrietig of angstig door te worden. Goede instappers zijn Calm of Headspace. En nee, ik krijg geen geld voor deze gratis reclame. Was het maar zo’n feest.

7. Er is niks mis met introvert zijn

Een derde tot de helft van alle mensen is introvert: er is daarom niks mis mee. Je kunt echter wel aan jezelf gaan twijfelen omdat extraverten meer opvallen. Bovendien zien we op tv, YouTube en in films vooral aanwezige mensen. Deze mensen hoeven helemaal geen extravert te zijn, maar dit wordt vaak wel gedacht. Onbedoeld krijgen we zo het idee dat introvert gelijkstaat aan rustig en saai, en extraversie aan levendig en leuk.

Dit beeld klopt niet. Introvert is niet hetzelfde als verlegen zijn. Verlegenheid komt voort uit angst voor een sociaal oordeel, terwijl introversie de manier is waarop je reageert op sociale prikkels. Introverte mensen willen daarom net zo goed praten en leuke dingen met vrienden ondernemen, maar niet overschreeuwen. De manier waarop, en de frequentie is echter wel anders.

Volg Commen op Facebook, Twitter en Instagram voor meer taboedoorbrekende verhalen 

Lange wachtlijsten en een eetstoornis: “Ben ik wel ziek genoeg?”

Eetstoornis wachtlijsten

“Je ziet er niet uit alsof je een eetstoornis hebt!” Het is een veelgehoorde opmerking voor mensen die kampen met een eetstoornis, maar vaak niet terecht. In steeds meer films wordt het onderwerp toegankelijk gemaakt voor het grote publiek. Alhoewel dit een goede zaak is, kan de weergave wel beter. De films geven namelijk een vertekend beeld van hoe een eetstoornis eruitziet. Vaak krijgen we een graatmager meisje te zien dat bijna verzuipt in te grote kleding, die stiekem aan het sporten is op haar kamer. Het stigma dat op eetstoornissen rust wordt zo alleen maar vergroot. Dit terwijl iemand die niet ‘dun’ of ‘mager’ is net zo goed een eetstoornis kan hebben, en net zoveel hulp nodig heeft.

Eetstoornis wachtlijsten: “Ben ik wel ziek genoeg?”

“Ben ik wel ziek genoeg om behandeld te worden?” Wanneer je ooit last hebt gehad (of nog steeds last hebt) van een eetstoornis herken je deze vraag vast wel. Ook al voelt het nog zo dat je jezelf verliest, weerhoudt het beeld van dat graatmagere meisje met anorexia je ervan om hulp te zoeken, hoe graag je het ook wil.

De angst om afgewezen te worden bij een hulpinstantie, of niet serieus te worden genomen door de omgeving, zorgt er dan ook vaak voor dat er pas actie wordt ondernomen als het zichtbaar is voor de buitenwereld. Kortom: afvallen om te voldoen aan het beeld van een eetstoornis, zodat je hulp kan krijgen.

Het vervelende is dat hulpinstanties deze bizarre opvatting vaak nog in de hand helpen door die ellenlange wachtlijsten. Waarom zou je zolang wachten als je het misschien geeneens nodig hebt?

Eetstoornis en ondergewicht

Volgens het Australische Murdoch Children’s Research Institute werden er tussen 2005 en 2010 vijf keer zoveel mensen opgenomen met een eetstoornis dan de jaren daarvoor. Opvallend was dat géén van deze patiënten ondergewicht hadden, maar toch voldeden aan de criteria van een eetstoornis en acute medische hulp nodig hadden. Het stereotype beeld van een eetstoornis gaat hierbij dan ook niet op.

Een eetstoornis kent vele vormen. Zo heb je bij boulimia nervosa bijvoorbeeld vaak een kaliumtekort, wat je pas gaat merken wanneer de situatie gevaarlijk wordt. Je lichaam past zich razendsnel aan en gaat in overlevingsmodus, wat zich in meer aspecten uit dan alleen maar gewicht verliezen.

In het algemeen hebben eetstoornissen een snel verloop en hoe langer je wacht met behandeling, hoe lastiger (en gevaarlijker) het wordt. Ook al zit je nog op een ‘gezond’ gewicht, echt gezond ben je niet meer en dan is er direct hulp nodig.

Lees ook: Wij spraken mensen over wat ze doen tegen hun winterdepressie

Lang wachten

Eind 2018 werd er in de tweede kamer een actieplan opgesteld om de wachtlijsten voor psychiatrische zorg te verkorten. Het doel is om in de zomer alle wachttijden binnen de treeknormen te laten vallen (14 weken). Helaas valt de praktijk tegen. De wachtlijsten worden namelijk alleen maar langer.

Wanneer het intakegesprek dan tóch plaatsvindt staat een dubbele diagnose, wat geregeld voorkomt bij eetstoornissen, vaak in de weg. Bijkomende problemen zoals een depressie of trauma krijgen vaak toch de prioriteit. Dit is aan de ene kant begrijpelijk aangezien een trauma de oorsprong kan zijn van een eetstoornis. Aan de andere kant is deze ‘voorkeur’ gevaarlijk gezien alle gezondheidsrisico’s.

Eetstoornissen kunnen namelijk dodelijk zijn. Gelukkig dringt dit steeds beter door in de medische wereld. “Snel herstel is het streven. Dat is ook goed mogelijk, mits hulp er op tijd bij is”, zegt Professor van Elburg, psychiater en medisch manager van een eetstoornissencentrum. Het is dus belangrijk om direct aan de bel te trekken zodra de eetstoornis zich aandient.

Verbetering

Het is daarom goed dat er de laatste tijd steeds meer aandacht wordt gegeven aan de wachttijden bij de GGZ. Zo heeft Stichting MIND er bijvoorbeeld voor gezorgd dat er een doorzettingsmacht in elke gemeente is gekomen welke hulp kan forceren bij instanties. Daarbij kun je ook alternatieve hulp krijgen. Zo overbrug je in ieder geval de wachttijd.

Door middel van online hulp worden eetstoornissen bijvoorbeeld beter herkend, waardoor de omgeving sneller aan de bel kan trekken. Een afname in gewicht is nog steeds een belangrijk kenmerk, maar meestal niet de enige. Gelukkig is er daarom steeds meer informatie over het palet aan eetstoornissen, zodat mensen worden bijgespijkerd en het stereotype beeld wordt geüpdatet.

Helaas kunnen we nog steeds niet om de wachttijden heen. Als jij momenteel met een eetstoornis kampt is het daarom belangrijk om jezelf serieus te nemen en op tijd om hulp te vragen. Er zijn superveel eetstoornissen met minstens zoveel symptomen. Er is echter één gemeenschappelijk kenmerk: ze zijn allemaal net zo ziek en dodelijk als dat graatmagere meisje op tv.

Volg Commen op Facebook, Twitter en Instagram voor meer taboedoorbrekende verhalen