Waarom slimme mensen ongelukkig zijn

In Groei
Scrollen

Ben jij gelukkig? Waarom (niet)? Waarin kan jouw leven beter? Maken de prestaties van anderen je onzeker? Vind je het belangrijk om te presteren op school of werk? Moeilijke vragen, hè? Slimme mensen maken het zichzelf graag moeilijk.

Waarom ben jij gelukkig? Of, waarom ben je ongelukkig? In een scene uit de film Annie Hall stelt Woody Allen de eerste vraag aan een gelukkig ogend koppel. Hun reactie laat weinig aan de verbeelding over.

De scène werkt omdat er een kern van waarheid in hun antwoord schuilt. Tevredenheid en intelligentie zijn namelijk geen goede vrienden van elkaar. Volgens de wetenschap zijn er drie dingen nodig om gelukkig te zijn: waardevolle sociale relaties, je dagelijkse bezigheden overwegend leuk vinden en de vrijheid om zelf keuzes te kunnen maken.

Hoger opgeleid zijn staat niet in dit rijtje. In tegenstelling juist: knappe koppen zijn vaker ontevreden met hun leven dan gemiddeld, zo onderzocht het CBS. Over het hoe en waarom van dit feit boog Raj Raghunathan zich. Hij is professor aan de Universiteit van Texas en schreef een boek met de veelzeggende titel “If you’re so smart, why aren’t you happy?”.

Volgens Raghunathan zijn intelligente mensen over het algemeen minder gelukkig omdat ze hun prestaties continu vergelijken met die van anderen. Dit zorgt voor een onrealistisch verwachtingspatroon, waardoor er een grote kans bestaat dat intelligente mensen hun doel niet halen. Uiteindelijk verzanden ze in een cyclus van te hoge verwachten en falen en eindigen in zak en as.

‘Als je de deze maand opslag krijgt, ben je zo’n twee, drie of misschien zes maanden gelukkig. Hierna raak je gewend aan het extra geld op je bankrekening en snak je naar een nieuwe promotie. Op een gegeven moment blijf je verlangen naar dit soort externe gebeurtenissen en heb je ze zelfs nodig om gelukkig te blijven. Bij de meeste mensen zie je dat dit geen duurzame bron van geluk is.’

Te doelgericht

Slimme mensen zijn heel erg doelgericht, waardoor ze met name kwetsbaar zijn als het op prestaties behalen aankomt. Bovendien zijn de doelen vaak behoorlijk hooggegrepen en abstract, wat de kans op falen vergroot. Hij haalt als voorbeeld aan dat je jezelf als doel stelt om beter te worden in je werk. Alhoewel dit een nobele gedachte is, is ‘ie wel  verkeerd.

Want, wanneer ben je eigenlijk beter in je werk? Ben je erop vooruitgegaan als je meer verdient, als je meer omzet hebt binnengehaald of wanneer je een compliment krijgt van je werkgever? De meeste mensen vinden het fijn om heldere doelen te hebben, dus zoeken we naar iets tastbaars. Je raadt het al: we gaan in het geval van werk dan naar salaris kijken.

Volgens Raghunathan heeft dit te maken met hoe we zijn opgegroeid. Mensen zijn van nature geneigd om in schaarste te denken, simpelweg omdat we niet beter weten. Nog niet eens zo heel lang geleden was er vaak weinig eten, was de landbouwgrond schaars en met een beetje pech ging je halve familie dood aan de pest. We waren daardoor zuinig met wat we hadden en streefden altijd naar meer. Meer was beter.

Dit was vroeger hartstikke handig, maar tegenwoordig onnodig. De supermarkten liggen vol voedsel, de meeste stadsmensen hebben geen flauw idee wat het verband tussen tarwemeel en gluten is en tegenwoordig is de kans aannemelijker dat je depressief bent, dan waterpokken hebt.

Volg Commen op Facebook, Twitter en Instagram voor meer verhalen over mentale gezondheid

‘Gelukkig zijn is simpel’

Raghunathan zegt dat je jezelf een andere mindset aan moet leren. Deze levensinstelling is meer gericht op je eigen geluk, en minder op onderling vergelijken met de prestaties van anderen. De sleutel naar geluk is daarom om te doen wat je daadwerkelijk leuk vindt. Het succes volgt dan vanzelf. Dit klinkt natuurlijk als een willekeurige zin uit ieder hulpboek dat je ooit hebt gelezen. Toch schuilt er een kern van waarheid in volgens de professor.

‘Uiteindelijk is gelukkig zijn behoorlijk simpel’, zegt hij. ‘Je moet iets doen waar je voldoening uithaalt, en waar je je op dagelijkse basis in kunt verliezen. Een goed voorbeeld zijn kinderen. Zij raken niet afgeleid door allemaal abstract, niet-realistisch vergelijkingsmateriaal maar zijn gewoon blij met wat ze hebben.’

Lees ook: Waarom zelfhulpboeken kut zijn

‘Toen ik mijn zoon voor zijn derde verjaardag een speelgoedauto gaf speelde hij hier zo’n twee dagen mee. Hierna vond hij het niet meer interessant, en wilde hij met de verpakking van het autootje spelen. Hij werd hierin niet geremd door het feit dat het speelgoed zelf veel duurder was en meer geavanceerd, maar vond de doos gewoon vermakelijker’, aldus Raghunathan.

Ik heb dit soort uitspraken al vaker gelezen en snap ook waarom ze kloppen. Natuurlijk is het verkeerd om jezelf continu met anderen te vergelijken. En uiteraard is het beter om gewoon dingen te doen die je leuk vindt. Het blijft echter een feit dat veel mensen competitief zijn ingesteld en graag meer willen bereiken dan een ander. Jezelf losmaken van deze gedachte kan op zijn tijd echter geen kwaad.

Dan rest mij niets anders te zeggen dan dit. Beste mede-hogeropgeleiden (in spe): laat je innerlijke kind los, stop wat zand in je bek en kwijl over je shirt heen terwijl je jezelf vermaakt met speelgoedverpakking. Je hebt het verdiend.