Ter verdediging van belangst

In Angststoornis
Scrollen

Steeds meer jongeren hebben last van belangst. Uit een onderzoek blijkt dat bijna 40 procent van de mensen tussen de 18 en 30 jaar bang is om te bellen. Ze sturen liever een berichtje via Instagram, Facebook of WhatsApp dan daadwerkelijk bellen. “Oproepen worden het liefst genegeerd of snel weggedrukt”, zo schreef het AD. Het onderzoek werd uitgevoerd door Motivaction en opgepikt door onder meer Nu.nl, AD en nog een reeks van blogs. De onheilspellende koppen spreken boekdelen over de conclusie van het onderzoek: “Jongeren hebben geen zin om te bellen” en “Jongere is bang om te bellen: ‘appen en mailen is veiliger'”.

Tijdens het lezen van deze artikelen gingen meerdere gedachten door mijn hoofd. Ten eerste: ook ik stuur liever een berichtje dan dat ik bel, maar ben niet bang voor telefoongesprekken. Betekent dat ik belangst heb, of een afkeer van bellen? Ten tweede: hoe meet je belangst? Wat is telefoonangst eigenlijk? Ik ging dus op verkenning. Onderzoeker Motivaction vermeldt op haar website dat het onderzoek representatief is voor de Nederlandse bevolking van 18 tot en met 70 jaar en dat de netto steekproef N=1.135. Iedereen die ooit statistiek heeft gehad weet je met deze informatie precies niks kunt zonder het hele onderzoek in te zien. Deze studie staat helaas niet online.

Mede mogelijk gemaakt door Tele2

Er viel mij nog iets op aan het onderzoek. Waarom schrijft geen enkele website over het feit dat deze is uitgevoerd in opdracht van Tele2, een van de grootste providers van ons Nederland? Sterker nog, het persbericht van Motivation sluit zelfs af met een reclamepraatje: “Bellen met alleen data, waarom?”. Vervolgens wordt aangegeven dat tot nog toe alleen de van oorsprong Zweedse telecomboer een only data-abonnement aanbiedt.

Ik beschouw mezelf niet als een wetenschapper, maar heb wel bijna een wetenschappelijke studie afgerond aan de Universiteit van Utrecht. Hierbij heb ik mezelf door honderden, zo niet duizenden, bladzijdes wetenschappelijke literatuur moeten worstelen. Ook heb ik vaak te maken gehad met statistiek en weet zodoende hoe makkelijk het is om hiermee te sjoemelen. Wanneer commerciële partijen met dergelijke onderzoeken komen moet je altijd op je hoede zijn, want er zijn financiële belangen in het spel. Neem nou bijvoorbeeld het feit dat Tele2 steeds minder geld verdient aan de verkoop van belminuten en dus op zoek moet naar andere inkomstenbronnen zoals, jawel, data-abonnementen.

Belangst, of alleen zenuwen?

Al met al vermoed ik daarom dat de uitkomsten van het onderzoek overtrokken zijn. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat bijna 40 procent van de jongeren kampt met belangst. Dit lijkt me sterk, aangezien bel/telefoonangst een behoorlijke ernstige aandoening is. In de DSM V, zeg maar de bijbel voor psychologen en psychiaters, is er geen kopje voor belangst te vinden. Het valt dan ook onder het meer algemene kopje ‘sociale-angststoornis’.

“Je probeert daarom de door jou zo gevreesde sociale situatie te vermijden. Wanneer je toch in de gevreesde situatie bent, doorsta je deze met grote moeite. Dit alles heeft een negatieve invloed op je dagelijks leven”, zo omschrijft MIND de aandoening. “Een sociale-angststoornis kan op verschillende situaties betrekking hebben, bijvoorbeeld de angst om te telefoneren.” Verder geeft de hulporganisatie aan dat mensen met een vorm van sociale-angststoornis mogelijk zenuwen krijgen van in het openbaar spreken, bijvoorbeeld tijdens het geven van presentaties.

De boodschap is duidelijk: belangst is een serieus psychisch probleem. Volgens de meest recente cijfers krijgt 10 procent van de Nederlandse bevolking gedurende haar/zijn leven te maken met een vorm van sociale-angststoornis. Een behoorlijk verschil met de eerder aangehaalde 40 procent van de jongeren die zou kampen met belangst. De specifieke methode van het onderzoek is niet te achterhalen, maar ik denk dat het onderzoek belangst verwart met de mogelijke situatie dat veel jongeren liever niet de telefoon pakken als het niet nodig is, waaronder ondergetekende.

De contactgestoorde generatie

Maar goed, dat past niet in het stereotype beeld van onze generatie. Jongeren van nu worden vaak neergezet als contactgestoorde, naar hun telefoon kijkende zombies die het liefst alleen maar via schermen communiceren. Voor alles is een app nodig, echt praten doen we niet meer en dankzij alle social media zouden we allemaal depressief worden. In de reactiesectie van het Volkskrant-artikel op Facebook schreef naar aanleiding van het onderzoek is het dan ook weer raak. De huidige generatie zit de hele dag op Insta, scheldt elkaar de huid vol maar is te schijterig om in het echt te bellen.

Dit beeld wordt bevestigd door Peter Nikken, lector Jeugd en Media bij de Hogeschool Windesheim. Hij luidt de noodklok in gesprek met het AD. “Jongeren blokkeren omdat ze niet weten wat er van hen verwacht wordt”, aldus de aangehaalde jongerenexpert . Hij waarschuwt dan ook dat de huidige generatie moet blijven bellen om zo hun sociale vaardigheden te ontwikkelen. “Bovendien: in noodsituaties zul je toch ook moeten telefoneren. Als je langs de kant van de weg staat, is het handig om de ANWB te bellen. Met een appje kom je niet thuis”, aldus Nikken.

Belangst bij de ANWB

Dit klinkt logisch, maar het is appels met peren vergelijken. Nikken doet nu namelijk net alsof een telefonisch sollicitatiegesprek hetzelfde is als bellen met de ANWB. De hoogleraar haalt in het proces ook nog eens zijn eerder aangehaalde argument onderuit. Nikken zei hij namelijk dat jongeren belangst ervaren omdat ze niet weten wat er tijdens een telefoongesprek van ze verwacht wordt, en omdat er direct gereageerd moet worden. Het mooie aan bellen met de ANWB is echter dat je precies weet wat er van je verwacht wordt. Ze gaan je vragen waar je vaststaat, wat je probleem is en vertellen dat je nog even geduld moet hebben. Dit staat totaal niet gelijk aan het voeren van bijvoorbeeld een telefonisch sollicitatiegesprek, waarin de conversatie alle kanten op kan gaan.

Bovendien wordt gedaan alsof het verkeerd is om liever te WhatsApp’en dan bellen. Ik ben het hier niet mee eens en vind juist dat berichten sturen in veel situaties veel nuttiger en efficiënter is dan bellen. Juist het feit dat je op je eigen tempo en manier kunt reageren maakt tekst zoveel handiger dan praten. Je kunt zo immers gewoon teruglezen dat je 400 gram kaas nodig hebt, en niet 600 gram. Ik zou het argument nog wel iets verder willen trekken en stellen dat bellen om de kleinste dingen zelfs egoïstisch is. Iemand anders besluit immers beslag te leggen op jouw tijd en aandacht. Bovendien moet het nu gebeuren: blijkbaar is wat jij momenteel aan het doen bent niet belangrijk genoeg en moet het wijken voor een belletje. Hoe egoïstisch is dat?!

Liever niet bellen

Dit betekent niet dat bellen achterhaald is, allesbehalve zelfs. De laatste keer dat een website van een klant van mij plat lag vond ik het ontzettend vervelend dat de hostingpartij telefonisch niet bereikbaar was. Bovendien is het hartstikke handig om iemand aan de telefoon een moeilijke situatie uit te leggen. Ook is het natuurlijk fijn om iemand even te kunnen bellen dat je voor de deur staat en vragen of hij/zij even doet, in plaats van een e-mail te sturen.

Meestal is bellen echter nergens goed voor. Naast dat een buitengewoon egoïstische manier van contact leggen is, dient het gewoon een ander doel. Wanneer er nood aan de man is, je iets niet goed snapt of graag persoonlijker contact wil dan via berichten mogelijk is, is bellen een goede optie. In veel andere situaties kun je elkaar net zo goed een WhatsApp-bericht sturen omdat bellen niet noodzakelijk is. Ik denk dan ook niet dat onze generatie massaal contactgestoord is en totaal verstijft wanneer de telefoon rinkelt, maar dat ze gewoon liever andere dingen doen.

Volg COMMEN. op Facebook, Twitter en Instagram voor meer verhalen over mentale gezondheid


Over de schrijver

Hi, mijn naam is Michel en ik ben 24 jaar. In het dagelijks leven ben ik freelance journalist en student. Je kunt mij bereiken via michel@commen.nl of via Twitter.

Geef je mening: praat mee