De psychiater loste mijn depressie niet op, maar deed iets veel belangrijkers

‘Hier voelde ik mij echter compleet ongemakkelijk bij. Ik was niet gewend dat iemand naar mijn gevoelens vraagt en sta bij vrienden en familie bekend als berekend, analytisch en rationeel. Ik geloofde nooit in gevoelens en deed alles op basis van feiten.’

Psychiatrie & ik

Na jarenlang koppig te zijn geweest gaf ik in de zomer van 2017 toe. Ik ging het gesprek aan met een psycholoog. Al zolang ik mij kan herinneren liep ik rond met negatieve gedachtes over zelfmoord en depressieve gevoelens, als ik toen wist wat dit woord betekende. Bovenal voelde ik me voornamelijk heel inwisselbaar. Laat mij dit uitleggen.

Ik was laat maar zeggen de bijrol in een film of game. Af en toe zei ik wat handigs of bracht ik het verhaal van anderen verder, maar over het algemeen was mijn aandeel beperkt. Ik voelde me een personage in het leven van anderen, maar niet de hoofdrolspeler. In games heb je bijvoorbeeld non-playable characters, zoals slagers, die er af en toe een oneliner uitgooien.

Zo voelde ik mij ook. Als er een film over de wereld gemaakt zou worden zou ik ergens in de figurantenlijst opgenomen worden. Bovenal was het behoorlijk raar omdat ik nooit lekker in mijn vel zat: ik zag mijn lichaam en gedachten als losse werelden. Er gebeurden dus wel dingen in mijn leven, maar er zijn hele perioden waar ik niets meer van herinner, simpelweg omdat ik gewoon aan het dagdromen was.

Verdraaid wereldbeeld

Bovendien zorgde dit verdraaide wereldbeeld ervoor dat ik mijn zelfmoordgedachtes rechtvaardigde. In de verhaallijn van de wereld maakt het immers niet uit of de slager zelfmoord pleegt. De enige reden dat ik niet de daad bij het woord voegde is omdat m’n moeder nog leefde (en gelukkig nog steeds leeft). Ik ben misschien maar een hele kleine pion in deze gigantische wereld, maar vorm een gigantisch onderdeel van haar leven.

Toen ik besefte dat ik zelfmoord steeds normaler begon te vinden en ik compleet vastzat in mijn manier van denken zocht ik contact met een psycholoog. De stap naar professionele hulpverlening vond ik niet ingrijpend, want ik was toch maar één van de miljoenen mensen wereldwijd die met hun mentale gezondheid kampen.

De intake

Tijdens de intake vroeg de jonge psychologe, die schat ik rond de 30 was, naar de gebruikelijke ditjes en datjes. Ik vulde mijn zorgverzekering en personalia in en kreeg huiswerk mee. Hierbij moest ik mijn levensverhaal omschrijven, maar wel het liefst zo beknopt mogelijk. Beknopt was hierbij schuingedrukt, wat ik nog steeds ontzettend komisch vind. Zelfs psychologen, die betaald krijgen om mensen hun ellende aan te horen, hebben dus blijkbaar genoeg van je shit. Af en toe kan ik echt van dit soort cynisme genieten.

Het zorgde er echter ook voor dat ik aan mezelf begon te twijfelen. Want, is mijn problematiek wel ernstig genoeg als ik het beknopt kan omschrijven? Bestaat er in de wereld van psychologen blijkbaar een onderscheid tussen beknopte en niet-beknopte levensverhalen? Verspil ik nu de kostbare tijd van een dure professional? Neem ik nu de plaats in van iemand die wél echt hulp nodig heeft? De lijst met vragen gaat maar door, maar je snapt het idee.

Lees ook: Hoe het is om voor heel Nederland over je depressie te praten

Naar de psychiater

We spoelen even een paar weken vooruit. Na twee sessies bij de psycholoog, waarin het vooral over mijn jeugd ging, kwam de aap uit de mouw. Ze kon mij niet verder helpen omdat de casuïstiek – love hulpverleningsjargon – te ernstig was. Of ik even met m’n ellende naar een psychiater in Amsterdam kon: daar kwam het op neer. Zo gezegd, zo gedaan.

Na de gebruikelijke intake, waar dit keer juíst alle details werden uitgevraagd, werd ik gekoppeld aan een psychiater werkzaam bij Arkin, ergens in de buurt van station Amsterdam Amstel. De vrouw van Indische komaf was ongeveer 50 jaar oud en gespecialiseerd in cognitieve gedragstherapie. Nu wist ik niet precies wat dit betekende, maar ze had wel een heel rustgevende stem.

Ik moest wekelijks langskomen voor een sessie van een uur. Elke week mocht ik het onderwerp van de bijeenkomst zelf bepalen. Het kwam erop neer dat ik meestal totaal onvoorbereid begon te wauwelen over allerhande zaken, waarna zij probeerde te achterhalen wat het onderwerp met mij deed, want om de een of andere reden begon ik erover. Wat voel je hierbij? Waar komt het vandaan?

Hier voelde ik mij echter compleet ongemakkelijk bij. Ik was niet gewend dat iemand naar mijn gevoelens vroeg en sta bij vrienden en familie bekend als berekend, analytisch en rationeel. Ik geloofde nooit in gevoelens en deed alles op basis van feiten.

Telkens wanneer zij op mijn gevoelens inging, ontweek ik haar vragen zoals een doorgewinterde politicus. Ik verlegde de focus van mijn gevoelsleven naar haar ervaringen. Waar ga je op vakantie naartoe? Wat is het meest lijpe dat een cliënt ooit heeft gedaan? Waarom doe je dit werk? Wat zegt het eigenlijk over jou dat je de hele dag dit soort shit hoort voor je werk? Dat soort dingen.

“Waarom kijk je zoveel op de klok?”

Op een gegeven moment merkte ze op wat ik aan het doen was, en vroeg waarom ik steeds van gespreksonderwerp switchte. Ik legde uit dat ik het interessant vind om gesprekken te analyseren. Bovenal wil ik dat gesprekken ergens over gaan. Zomaar een praatje aanknopen past niet in dit plaatje. Bovendien, wat maakt het uit wat ik voel? Zoveel mensen voelen zich kut: ik ben maar een pionnetje in het geheel dus waarom krijg ik zoveel aandacht van jou?

Tijdens de therapiesessies was ik zo met van alles en nog wat bezig, behalve met mijn gevoelens. Ik dacht na over hoe schaalbaar de bedrijfsvoering van psychiaters is, welke houding ik moest aannemen (is er een normale houding?) en hoe vaak ik moest wegkijken tijdens het oogcontact om niet als een maniak over te komen.

Daarbij hielp het niet mee dat ik zo ongeduldig als de neten ben, en daardoor continu op de klok keek. ‘Waarom kijk je steeds hoe laat het is?’, vroeg ze op een gegeven moment. Ik stamelde iets over een trein halen, maar pas veel later kwam ik erachter waarom ik tijdens die gesprekken zo onrustig was.

Samenvattend gaf ik er na een paar sessies de brui aan, omdat ik niet het idee had dat de gesprekken nuttig waren. Ik had niet het idee dat de in totaal vier gesprekken heel veel nut hadden, slaagde er niet in om het boeiend genoeg voor mezelf te maken en vond het economisch niet verantwoord om haar kostbare tijd te verkloten. Psychiaters zijn duur en de gezondheidszorg staat permanent onder druk, dus is het handiger wanneer iemand die wel écht klaar is voor het gesprek mijn plek inneemt, zo dacht ik.

Ook interessant: Al je problemen over door een pilletje? Jongeren over hun ervaringen met antidepressiva

Ik tijdens een halve marathon.

De omslag

Een week na de laatste sessie belde ze dat ze het niet verstandig vond dat ik stopte, maar dat het mijn eigen keus was. Ik had het meermaals gehad over mijn zelfmoordgedachtes en snapte dat dit voor haar een rode vlag vormde. Enfin, in november 2017 was mijn avontuur bij de psychiater over. Het waren een leuke paar sessies, bedankt en tot ziens.

Zo op het eerste gezicht was er niks veranderd. Ik werkte veel, deed er een studie naast, sportte vrijwel dagelijks en sliep weinig. Ik was niet bezig met het analyseren van mijn therapiesessies. Dit veranderde in de dagen tussen kerst en oud & nieuw. Op de een of andere moment word ik tijdens deze dagen altijd ziek. Mijn broer heeft last van hetzelfde probleem en wij hebben het vermoeden dat het komt omdat het leven ineens stil komt te liggen. Het komt erop neer dat ik tijdens de feestdagen ontzettend veel tijd heb om na te denken: de hele dag YouTube-filmpjes kijken houd je immers ook niet vol.

Ik begon na te denken over de therapiesessies en waarom ik eigenlijk gestopt was. Ik moest denken aan haar opmerkingen over mijn klokkijkgedrag. En inderdaad: waarom ben ik altijd zo onrustig? Waarom zit ik nooit in het moment, maar probeer ik altijd vijf stappen verder te denken? Pas toen, in een sneue maar toch veel te dure studentenkamer in Kanaleneiland, kwam ik tot een inzicht.

De reden dat ik vaak op de klok en altijd haast heb is simpel: ik heb last van gigantische bewijsdrang en voel permanent druk. Deze druk heb ik vooral mezelf opgelegd. De specifieke stappen die ik heb gevolgd om tot dit inzicht te komen zal ik je besparen, maar het komt erop neer dat ik mijn identiteit altijd heb ontleend aan mijn prestaties. Ik wil altijd het maximale uit situaties halen en leg mezelf hoge verwachtingen op. Of het nu gaat om geld verdienen, klusjes efficiënt afronden of gesprekken zo interessant mogelijk maken: het moet een doel dienen en ergens over gaan. Zomaar dingen doen omdat het goed voelt zat er bij mij niet in. Mijn visie was heel zwart/wit: je hebt waardevol en niet-waardevol besteedde tijd. Heel simpel.

Oorsprong

Heel cliché, maar dit patroon stamt uit mijn jeugd. Op jonge leeftijd scheidden mijn ouders, waarna ik bij mijn moeder ging wonen. Zij had meerdere banen om ons te onderhouden terwijl mijn vader met z’n eigen problemen worstelde. Zo dronk hij teveel, probeerde hij ons te manipuleren, was agressief en gewelddadig en was overall geen positieve toevoeging aan de ontwikkeling van een jong kind.

Hij zei bijvoorbeeld altijd dat hij zichzelf van het leven zou beroven wanneer ik, zijn jongste kind, niet meer bij hem langs zou gaan. Ook bedreigde hij mijn moeder meermaals met de dood, gooide stenen door onze ruiten en uiteindelijk moesten we onder politiebegeleiding wonen omdat hij altijd rond ons huis zwierf. Tussen alle grappen en grollen probeerden mijn moeder, broer en zussen er nog iets van te maken, waarbij mijn medewerking noodzakelijk was.

Zo kwam ik er op jonge leeftijd al achter dat het leven een serieuze aangelegenheid is. Wanneer je niks kunt toevoegen blijf je voor altijd een bescheiden rol spelen. Je moet jezelf dus van waarde maken, hetzij door zelfstandig naar school te gaan zodat je zus kan werken, eten te koken voor de anderen of door het huis schoon te maken. Zodoende was ik vanaf jongs af aan al heel verstandig en verdiende ik rond mijn tiende bijvoorbeeld goed geld met mijn eigen handel op Marktplaats.

Lees ook: Interview: ‘Ik werk tijdens de feestdagen bij de zelfmoord-crisislijn’

Voor- en nadelen

Die opvoeding heeft ervoor gezorgd dat ik niet zo snel klaag en bereid ben om langer en meer te werken dan veel anderen. Al sinds mijn 17e werk ik niet meer voor een baas en ik heb altijd mijn eigen geld verdiend, tegenwoordig als journalist. Bovendien sport ik vrijwel dagelijks en zien mensen mij als atletisch, terwijl ik tot mijn zestiende flink overgewicht had. Daarnaast ben ik bezig met het laatste jaar van mijn universitaire studie. Op zich positieve ontwikkelingen, achteraf bezien.

Maar hoe kwam ik hier ineens op? Daarvoor moeten we toch weer terug naar de Indisch uitziende psychiater met rustgevende stem. Zij was er na sessie 2 van overtuigd dat ik een soort minderwaardigheidscomplex aan mijn jeugd had overgehouden. Ze dacht dat dit ook invloed had op mijn vraagontwijkende gedrag. Ik begreep gewoonweg niet dat mensen naar mijn gevoelens vroegen: wat maakt het uit wat ik voel of vind? Gaat er iets veranderen als ik dit vertel? Nee. Dus waarom hebben we het erover? We moeten gewoon de zaak ‘Michel van ’t Klaphek’ behandelen. Duurt lang.

Deze denkwijze uit zich zowel op oppervlakkig, als niet-oppervlakkig gebied. Wanneer klasgenoten op de middelbare het hadden over de nieuwste film, game of serie, kon ik alleen maar denken aan de nutteloosheid van het onderwerp. Ga je tijd besteden aan iets waar je geld mee kunt verdienen zoals het bouwen van een webshop ofzo, dacht ik.

Rationeel denken is passé

Pas in die decembermaand van 2017 kwam ik erachter dat je gevoelens bepalen hoe je de wereld ziet. De wereld is ontzettend complex en vaak allesbehalve zwart/wit, maar minstens 500 tinten grijs. Je kunt dus niet blijven hangen in zo’n gehaaste, zwartgallige mindset want aan het eind van de dag heb je daar alleen jezelf mee. Dat jij je kut voelt maakt een ander in principe namelijk niet uit.

Wat ik dus heb moeten doen is op zoek gaan naar geluk. Ik heb mijn rationele kant beetje bij beetje laten gaan en ben meer op gevoel gaan leven. Dat is knap lastig wanneer je je gedachten altijd als afweertechniek heb gebruikt, maar niet onmogelijk. Mijn grootste uitdaging was ervoor zorgen dat ik mijn eigenwaarde niet langer liet afhangen van prestaties en het groter voelen dan anderen.

Bovendien heb ik losgelaten dat ik ‘nou eenmaal zo ben’. Jarenlang verschuilde ik mij enigszins achter mijn traumatische jeugd en gebruikte het als een smoes. Als ik weer eens flipte tijdens een groepsproject op school omdat alle medestudenten zo lamlendig als de tering waren rechtvaardigde ik dit voor mezelf door te zeggen dat ze uit goede gezinnen komen en niet weten wat het is om te moeten presteren. Op het moment zelf is het fijn om je achter zo’n aangeleerde mindset te verschuilen, maar je hebt alleen jezelf ermee.

Je kunt veranderen, gelukkig maar

Je persoonlijkheid is geen statisch geheel maar heel goed veranderbaar, zowel in positieve als negatieve zin. Het leven dat je nu leeft is een opeenstapeling van keuzes die je eerder heb gemaakt, bewust of onbewust. Tuurlijk krijgt de een meer op zijn bord dan de ander, maar de clue is dat dit alles ontzettend relatief is. Er zijn geen gradaties van ellende dus levensverhalen vergelijken is vaak zinloos.

De harde waarheid is dat jij zelf verantwoordelijk bent voor je eigen gemoedstoestand. Ik vond praten over gevoelens lange tijd nutteloos, maar de enige die hier écht last van had was ikzelf. Logica en rationaliteit helpen bij de wereld begrijpen, maar je gevoelens zijn een wereld op zichzelf. Je gedachtepatronen leren begrijpen duurt echter lang, en waarschijnlijk ben je er nooit compleet uit. Dat is ook helemaal niet erg, want hoe saai zou het leven zijn als je alles al uitgevogeld hebt?

Volg COMMEN. op Facebook, Twitter en Instagram voor meer verhalen over mentale gezondheid

Geschreven door
Michel van 't Klaphek

Geef je mening: praat mee

Nieuwsbrief