Foto door Arleen Wiese via Unsplash

Rouw kent geen tijd

De leeftijd dertig komt steeds dichterbij en ik vind het beangstigend. Niet omdat ik dan mijn leven op een rijtje moet hebben, zoals mijn leeftijdsgenoten stoeien met de naderende dertig. De dertig verontrust me om een andere reden. Wanneer ik de dertig passeer, dan ben ik langer zonder dan mét een vader hier op aarde. Ik was vijftien jaar toen mijn vader overleed en het liefst ga ik terug naar die tijd.

Terug naar die tijd dat ik nog een vader had. Terug naar het armworstelen, terug naar het potje voetballen, terug naar de droge sperzieboon met kip-maaltijden, terug naar het samen zwemmen in zee. Terug naar zijn grote sterke handen die me droegen alsof ik een licht veertje was.

Moeiteloos wist hij me te dragen, wist hij me te beschermen, wist hij me aan het lachen te maken, wist hij me te vertellen hoe te leven. Alleen wist hij op een gegeven moment zelf niet meer hoe te leven, waardoor ik het leven nu zonder mijn vader moet doen.

Denk je aan zelfmoord of maak je je zorgen om iemand anders? Praten over zelfmoord kan 24/7 anoniem via de chat op www.113.nl of bel 113 (gebruikelijke telefoonkosten) of 0800-0113 (gratis).

Foto door Sacha Verheij

Niemand ziet mijn rouw

Het is inmiddels bijna negen jaar geleden en nog steeds houdt rouw me soms in de houdgreep. Op de meest onvoorspelbare momenten kan de pijn hevig opkomen. Het grijpt me bij mijn keel, het legt gewicht op mijn hart en het maakt mijn gezicht nat van tranen die ik probeer binnen te houden.

“Stel je niet aan, het is al zo lang geleden,” zeg ik tegen mezelf. Ik sta er van te kijken hoe levendig het verlies soms nog kan voelen. Alsof het gisteren was dat ik het nieuws ontving dat mijn vader levenloos was gevonden. Het snijdt door mijn huid heen. Ik bloed, maar niemand ziet het. En als ik mijn tranen laat vloeien, dan krijg ik vragen waar ik zelf het antwoord niet op weet.

Hoe leg ik uit dat ik soms niet kan ademen omdat het gemis van mijn vader me fysiek zo veel pijn doet? Hoe leg ik uit dat ik soms zelf dood wil zijn, zodat ik weer eventjes bij hem kan zijn? Hoe veel ik ook van het leven houd, hoe geliefd ik me ook voel door mijn vrienden, hoe graag ik hier ook ben. Soms wil ik gewoon even naar boven zweven, naar hem toe. Maar dat snappen de meeste mensen niet.

Illustratie en tekst door Verlieskunst

Rouw en tijd zijn onbekenden van elkaar

De meeste mensen zeggen dingen als ‘Heb je het nou nog steeds niet een plekje gegeven?’ en ‘De tijd heelt alle wonden’. Soms wenst mijn duivelse ik hen toe zelf iemand te verliezen, zodat ze realiseren dat wat ze zeggen nergens op slaat.

Het een plekje geven impliceert dat ik mijn vader aan de kant kan schuiven. Alsof het een boek is dat ik na zo veel keer lezen, echt wel op een gegeven moment terug in de kast moet leggen. Alsof mijn vader simpelweg een schaafwond is, die verdwijnt door het tijd te geven.

Echter, rouw kent geen tijd. Rouw en tijd zijn onbekenden van elkaar. Net zoals rouw ook nog nooit heeft gehoord van voorspelbaarheid. Rouw is onvoorspelbaar en tegenstrijdig tegelijkertijd. Het is eindeloos verdriet om een einde van iemand die voor eeuwig in je hart zit. Als er iets is wat ik de afgelopen negen jaar heb geleerd, dan is het wel dat ik mijn hele leven zal blijven rouwen.

Foto door Saira via Unsplash

De ene dag is de rouw meer aanwezig dan de andere dag, maar het is er altijd. De ene keer word ik overspoeld door het verdriet, alsof al mijn ingeslikte tranen zich hebben opgespaard en besluiten alsnog over mijn gezicht te rollen. De andere keer word ik omarmd door de rijke fijne herinneringen aan mijn vader, dan lach ik binnensmonds om de vele grappen die hij vroeger maakte.

Weer de andere keer voel ik een steek in mijn hart, omdat ik op straat ineens een vader de schoenveters van zijn dochter zie strikken. Hoe graag zou ik zulke simpele momenten nog met mijn vader willen delen. Ik wil hem opbellen als ik mijn fiets voor de zoveelste keer lek heb gereden. “Papa, kun je mijn band komen plakken?” Deze vraag stel ik in mijn hoofd, met de hoop op een antwoord. 

Geen klein schattig meisje meer

Ik wil hem laten zien wie ik ben geworden, tot wat voor vrouw ik ben gegroeid. Een klein schattig meisje ben ik niet meer. Ook ben ik geen profvoetbalster, wat we allebei zo graag wilden. Ik eet geen vlees meer, dus zijn droge sperzieboon met kip-maaltijden eet ik niet meer. Wel ben ik nog steeds een perfectionist, maar ik heb gelukkig geen faalangst meer. 

Ook heb ik geen vriendjes meer, want ik val eigenlijk helemaal niet op jongens. Soms vraag ik me af of hij dit misschien al wist. Ik ben nu hopelijk net zo grappig als mijn vader dat was. Stiekem gebruik ik soms zijn oude moppen en grappen, maar dat weten alleen jij en ik.

Familiefoto – van links naar rechts: vader Sacha, Sacha zelf en haar tweelingzus

Een vrouw, dat ben ik. Mijn vader kent me alleen als 15-jarig meisje en jonger. Gek vind ik dat, die gedachte. Hoe ik me daarna verder heb ontwikkeld, dat heeft hij nooit kunnen meemaken. Soms hoop ik dat hij nog meekijkt, daar van boven. Trots en blij kijkt naar zijn drie kinderen, hoe die het leven wel verder leven. Het leven met al haar facetten. Overwinningen en tegenslagen. Mijlpalen en mislukkingen. Blijdschap en geluk, pijn en verdriet.

Soms overschaduwen de pijn en het verdriet mijn dagelijks leven. Dan kan ik me niet focussen op mijn werk, omdat mijn hoofd die dag gereserveerd is door mijn vader. Dan heb ik hem zo graag bij me, omdat ik me dan herinner hoe fijn het was om een papa te hebben. Het liefst wil ik hem dan slaan, omdat hij veel te vroeg uit mijn leven is gegaan.

Ik blijf altijd een kind van mijn vader

Ik wist niet dat liefde zo veel pijn kon geven. Zo veel pijn dat ik het voel in mijn lichaam. Een nu-nog-24-jaar oud lichaam, straks een ouder-dan-30-jaar lichaam. De leeftijd vijftien ebt steeds verder weg. De leeftijd dertig komt steeds dichterbij. De rouw om mijn vader neem ik elk jaar mee. Het is er en zal er altijd zijn.

Ook als ik tachtig ben en met een rollator loop. Dat heeft hij nooit hoeven doen. Hij is nooit ouder dan zestig jaar geworden. Ik ga wel ouder worden en over zeven jaar ben ik ouder dan dertig. Dan ben ik hier langer zonder vader dan met vader op aarde.

Foto door Saira via Unsplash

Zo voelt het gelukkig niet, want stiekem is hij gewoon nog steeds bij me. In mijn herinneringen, in mijn genen, in mijn familie, in zijn oude vrienden, in de bergen waarover hij graag fietste, in de biertjes die hij graag dronk, in de klassieke auto’s die hij graag reed en in de grappen die hij graag maakte.

Zoals toen hij bij de McDrive om een kindermenu vroeg en als reactie kreeg ‘maar u bent geen kind meer.’ Hij antwoordde flamboyant: ‘Maar ik ben toch een kind van mijn moeder?’ Zo ben ik ook altijd nog steeds een kind van mijn vader.

Bekijk www.verlieskunst.nl om een nieuwe beeldtaal voor verlies te vinden. Babet te Winkel is de woordenkunstenaar en Marlon Doomen maakt bijpassende krachtige illustraties.

Ben je meer van de podcasts? In de podcast ‘Doodgewoon‘ gaan Sabien Brehler en Benthe Göbel in gesprek met doodgewone mensen. Broodnodige gesprekken over de dood en alles wat daarbij komt kijken, want de dood hoort nou eenmaal bij het leven.

Vond je dit artikel interessant? Volg COMMEN. op Facebook, Twitter en Instagram voor meer verhalen over mentale gezondheid, of ontvang al onze artikelen via WhatsApp.


Geschreven door
Sacha Verheij

Praat mee over dit artikel

1 reactie