Foto: Martin Lostak via Unsplash

Hoe overleef ik de wachtlijsten en bureaucratie in de GGZ?

Ellenlange wachtlijsten in de GGZ. Misschien heb je er al over gehoord of er zelf ervaring mee. Wie nu hulp zoekt heeft pech en moet vaak maanden tot soms een jaar of langer wachten op behandeling. Ook zijn er steeds meer psychologen en instellingen met een patiëntenstop, wat betekent dat je niet eens op een wachtlijst terecht kan. De GGZ zit overvol, het aanbod is te klein en de vraag te hoog. Hoe kan dit en hoe ga je er mee om?

Marktwerking binnen de GGZ

Een deel van het probleem wordt veroorzaakt door de marktwerking binnen de GGZ. Het is namelijk voor een zorgaanbieder veel lucratiever om mensen met ‘mildere’ problematiek te behandelen dan mensen met complexe problematiek. Klachten die gemakkelijker te behandelen zijn en sneller verdwijnen leveren meer winst op dan problemen die moeilijk te behandelen zijn en jarenlang duren of chronisch zijn. Dus juist mensen die last hebben van ernstige en complexe problemen staan vaker en langer op een wachtlijst.

De coronacrisis en de bijbehorende maatregelen heeft deze al bestaande problematiek verergerd. Voor veel mensen geldt dat bijvoorbeeld hun dagstructuur wegviel en zij minder sociaal contact hadden. Dit zorgde ervoor dat mensen die al last hadden van psychische problemen vaak nog meer last kregen van deze problemen. Daarnaast ontwikkelden steeds meer mensen, waaronder veel jongeren, psychische klachten. Dus de wachtlijsten liepen op. Daarnaast werd veel zorg, zoals klinische behandelingen, uitgesteld.

Wanneer iemand langdurig op een wachtlijst wordt geplaatst kunnen de klachten toenemen. Klachten die eerst misschien als ‘mild’ te beschouwen zijn, kunnen in zo’n wachtperiode uitgroeien tot ‘complexe’ problemen. En juist voor die complexe problemen is er minder hulp te vinden.

Foto: nikko macaspac via Unsplash

Een mentale crisis te midden van een wereldwijde crisis

In maart 2019 begon ik met het zoeken naar intensievere hulp voor mijn PTSS. PTSS staat voor posttraumatische stressstoornis, wat ontwikkelt kan worden na één of meerdere ingrijpende gebeurtenis(sen). Veelvoorkomende klachten bij PTSS zijn; last hebben van nare herinneringen, nachtmerries, herbelevingen, onrust, prikkelbaarheid en het hebben van concentratieproblemen.

Voor deze klachten had ik wekelijks een gesprek bij een vrijgevestigde psycholoog. ‘Vrijgevestigd’ betekent dat zij niet verbonden was aan een grotere GGZ-instantie maar een zelfstandige praktijk had. Ik had voor een vrijgevestigde psycholoog gekozen omdat ik na een aantal jaar in behandeling te hebben gezeten bij grotere instellingen me niet meer wilde voelen als nummertje. Ik wilde een persoonlijkere en kleinschalige vorm van hulp.

Maar de wekelijkse gesprekken hielpen me helaas niet voldoende. Een kortdurende klinische traumabehandeling was een optie om naast mijn ambulante behandeling te volgen. Ik werd aangemeld voor de kortdurende klinische behandeling. Daarna doorliep ik de intakegesprekken en kwam ik op een wachtlijst terecht. Maar toen was daar corona…

De behandelrelatie met mijn vrijgevestigde psycholoog liep stuk. Deels door corona, omdat de gesprekken via beeldbellen werden gevoerd en me niet voldoende hielpen. En deels omdat ik te vaak in crisis raakte en mijn vrijgevestigde psycholoog niet de middelen had om me daarbij te kunnen helpen. Dus nu bevond ik me opeens te midden van een mentale crisis in een wereldwijde crisis, en dit terwijl er al een crisis gaande was binnen de GGZ.

De kortdurende opname waarvoor ik was aangemeld kon niet langer doorgaan. Ten eerste omdat de coronamaatregelen ervoor zorgde dat de opname werd uitgesteld. Maar vervolgens ook omdat ik geen ambulante behandelaar meer had om de voor- en nazorg op zich te nemen, wat een criteria was voor deelname. En ten slotte omdat mijn problemen steeds groter werden en ik daardoor uitgesloten werd voor de behandeling.

Lees ook: Lange wachtlijsten en een eetstoornis: “Ben ik wel ziek genoeg?”

De eerste intake bij de GGZ

Dus ik moest op zoek naar andere hulp. Via de huisarts meld ik mij aan bij de reguliere specialistische GGZ in mijn regio. Ik kan aan de huisarts al precies uitleggen met welk ‘label’, namelijk PTSS, ik aangemeld kan worden. De huisarts meldt mij met spoed aan voor de afdeling psychotrauma. Vervolgens word ik twee weken later gebeld voor een telefonische intake.

Tijdens de telefonische intake wordt er een vragenlijst afgewerkt. De vragen verwarren me omdat ze vaak niet op elkaar aansluiten; terwijl ik al heb verteld dat ik PTSS heb is bijvoorbeeld een volgende vraag of ik ook trauma’s heb. Regelmatig kan ik de vrouw aan de telefoon niet goed verstaan, wat het gesprek nog verwarrender maakt. Aan het einde van het gesprek wordt me verteld dat ik later word teruggebeld.

Als ik word teruggebeld krijg ik te horen dat de wachtlijsten vol zitten en dat ik doorverwezen ga worden naar een andere instelling. Deze instelling zal me bellen voor een nieuwe intake. Ik zoek de instelling online op en vind waar ik al bang voor was. De instelling behandelt wel mensen met PTSS maar is niet bedoeld voor mensen met complexere problematiek. Ik vrees dat deze instantie me ook weer door zou verwijzen.

Wanneer vervolgens blijkt dat de zorg ook niet vergoed wordt door mijn zorgverzekeraar bel ik weer terug. Een vrouw aan de telefoon biedt haar excuses aan, ze heeft mijn dossier en de telefonische intake nog eens doorgelezen en meent dat ze het toch wel zo ernstig vindt dat ze toch weer gaan overleggen.

Foto: Noah Busher via Unsplash

Een nieuwe intake, en nog een paar

Dan krijg ik nogmaals een telefonische intake, en weer volgt er een overleg. Ik word teruggebeld dat ik vanwege de ernst toch direct voor een ‘live’ intake kan komen. Deze intake is met een psychiater en een psychiatrisch verpleegkundige en mijn vriend mag ook bij het gesprek blijven.

Samen met mijn vriend leg ik uit wat er nu speelt, waarom ik afgelopen periode in crisis raakte en wat ik graag zou willen qua behandeling. Na overleg besluit de psychiater me door te verwijzen naar de psychotrauma-afdeling, de afdeling waar de huisarts me in eerste instantie al had aangemeld. Ook daar zal ik dan weer een intake krijgen.

Na twee weken volgt deze intake waarin ik hetzelfde verhaal weer mag vertellen. Niet op de locatie van de psychotrauma-afdeling die ik had verwacht, maar ik neem aan dat dat komt door de coronamaatregelen. Ik heb al een aantal vragenlijsten moeten invullen en daarin heb ik voor mijn idee heel duidelijk gemaakt wat er speelt en waar ik hulp bij wil.

Tijdens deze, zoveelste, intake gaat de vrouw de vragenlijst met me doornemen. Ik probeer nogmaals zo duidelijk mogelijk aan te geven wat er aan de hand is en waar ik hulp bij wil. De vrouw lijkt me niet te begrijpen en uit frustratie begin ik te huilen. Ik wil mezelf zó graag goed uitleggen en ik had het idee dat bij de vorige intake en in de vragenlijsten al zo helder gedaan te hebben. Maar toch moet het nu weer.

Vervolgens gaat de vrouw weer overleggen en wacht ik samen met mijn vriend in de wachtkamer. Dan worden we teruggeroepen en krijgen mijn vriend en ik ‘de uitslag’ van het gesprek. Een psychiater is erbij via de telefoon, hij is niet goed te verstaan. Hij vertelt dat hij me gaat doorverwijzen en ik kijk mijn vriend verschrikt aan, want allebei waren we in de veronderstelling nu eindelijk bij de intake te zitten van de juiste afdeling.

Lees ook: Corona-eenzaamheid treft jongeren: “Voel me alleen maar slechter”

GGZ: een bureaucratisch web

Als je dit verslag wat verwarrend en chaotisch vond, dat klopt. Dat was het ook en ik ben zelf ook in de war. Ik heb de afgelopen periode zoveel intakes gehad, en telkens leek het de laatste. Ik ben weer verstrikt geraakt in een web waar ik niet weet waar ik ben of waar ik uitkom.

Het is nu een aantal maanden later, en nog steeds heb ik geen intake gehad bij de psychotrauma-afdeling waar de huisarts me vorig jaar met spoed had aangemeld. Ik moest eerst vijf tussenintakes afleggen alvorens ik op de wachtlijst werd geplaatst voor de intake van deze afdeling. Ik weet nog steeds niet eens zeker of ik in behandeling word genomen.

Helaas ervaar ik de GGZ vaak als een bureaucratisch web waar je sterk genoeg voor moet zijn om je er doorheen te vechten zodat je niet vast komt te zitten. Dat is niet eerlijk, want juist mensen die hulp zoeken hebben vaak de energie en kracht niet meer om zo erg te moeten vechten voor datgene wat eigenlijk gewoon een basisrecht zou moeten zijn: zorg.

Er is hoop

Maar er is hoop, bijna alle politieke partijen hadden de afgelopen verkiezingen de marktwerking binnen de zorg opgenomen in hun partijprogramma en pleiten voor minder marktwerking en bureaucratie binnen de zorg. Psychiatrische patiënten worden vaak over het hoofd gezien binnen de politiek, het zijn meestal geen mensen die van de daken gaan schreeuwen dat ze hulp nodig hebben. Vaak hebben mensen daar de energie niet voor, en er ligt nog steeds een taboe en stigma rondom het hebben van psychische problemen.

Toch zie ik een beweging gaande waarbij steeds meer mensen zich uitspreken en voor zichzelf en deze groep opkomen; initiatieven zoals ‘Lijm de Zorg. Ook merk ik dat er binnen mijn vrienden en kennissenkring steeds opener wordt gepraat over psychische problemen.

Zelfs op social media zie ik dat er niet meer alleen mooie vakantiefoto’s gedeeld worden maar ook artikelen, politieke standpunten, en dieptepunten in iemands leven. Dat maakt social media voor mij waardevol; we zijn daadwerkelijk met elkaar aan het delen. En misschien is dat ook wel deels een opbrengst van de coronacrisis. We zitten allemaal thuis en we hebben simpelweg geen vakantiefoto’s om te delen maar snakken wel naar echt contact.

Foto: Kristopher Roller via Unsplash

Hoe overleef ik de wachtlijsten in de GGZ?

Social media kan geen therapie vervangen, maar is voor mij wel als een uitlaatklep gaan werken. Ik ontvang er steun en een ‘sense of community’. Naast deze digitale steun probeer ik ook steeds meer hulp te vragen aan vrienden. Dit was voor mij een hele grote stap omdat ik geneigd ben me te isoleren als het niet goed gaat. Maar een netwerk van mensen om je heen die je steunen is ontzettend waardevol.

Ik heb geleerd meer open te zijn over mijn eigen kwetsbaarheden en problemen. En ik heb daardoor gemerkt dat mensen vaak begrip hebben als ik mijn situatie uitleg. In plaats van mijzelf te verstoppen met mijn klachten, denkende dat ik dan niet voldoe aan wat de maatschappij van mij verwacht, ben ik juist naar buiten getreden. En dat heeft me heel erg veel opgeleverd.

Het allerbelangrijkste is dat je het niet alleen hoeft te doen, tijdens het overbruggen van een wachtlijst kun je steun vragen aan je directe omgeving maar als je dat niet kan of durft zijn er ook andere mogelijkheden om hulp te krijgen.

Om de wachtlijst te overbruggen krijg ik tijdelijk maatschappelijke hulp. Voor maatschappelijke hulp zijn de wachtlijsten vaak minder lang. Maatschappelijke hulp kun je aanvragen bij jouw gemeente. Mocht je met iemand willen praten om je hart te luchten en is de stap naar vrienden of familie te groot kun je altijd chatten of bellen met ‘De Luisterlijn’. Ook is er nu een hulplijn speciaal voor jongvolwassenen: ‘Alles Oké?’. Verder kun je soms hulp krijgen via ervaringsdeskundigen of via lotgenotengroepen, bijvoorbeeld bij de ‘Wachtverzachter‘.

Als je denkt aan zelfdoding kun je terecht bij ‘113′. Tijdens crisis kun je altijd bellen met de huisarts of de huisartsenpost en zij kunnen je in contact brengen met de crisisdienst. Als de crisisdienst langskomt betekent dit niet automatisch dat je ook opgenomen wordt. Zij kijken met jou wat er haalbaar is op dat moment om weer verder te komen. Ze kunnen medicatie verstrekken en zullen ook met je meedenken over vervolghulp.

Lees ook: Welke invloed heeft het coronavirus op de psychische hulplijnen?

Ik heb bij veel van de bovenstaande opties wel eens aangeklopt als ik het niet meer wist, en ik ben altijd goed geholpen. Ook al lijkt hulp ver weg, en is de situatie met de wachtlijsten hoe die nu is onacceptabel, wil ik iedereen aanmoedigen toch hulp te blijven vragen. Je verdient hulp en hoeft het niet alleen te doen.

Vond je dit artikel interessant? Volg COMMEN. op Facebook, Twitter en Instagram voor meer verhalen over mentale gezondheid, of ontvang al onze artikelen via WhatsApp.

Heb je geen social media of geen zin om ons te volgen? Blijf op de hoogte van onze laatste artikelen via een snelkoppeling op je telefoon of schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang één keer per maand een mail met onze beste artikelen.

Geschreven door
Lotte Hamelink

Praat mee over dit artikel

1 reactie
  • Klopt : je moet best sterk in je schoenen staan, om psychiatrische hulp voor jezelf te regelen. Dramatisch vind ik wel, dat veel ggz-instellingen helemaal geen complexe problematieken in behandeling willen nemen. Naja, ze hebben vaak de expertise ook niet meer, gezien veel instellingen alleen gestroomlijnde behandelingen aanbieden, met een strak tijdsplan.
    Ik staakte er op gegeven moment (DIS). Mijn vroegere instelling (persoonlijkheidsproblematiek) had 1,5 jaar nodig om mij door te verwijzen naar ambulante begeleiding (geen behandeling dus). In all die tijd had ik noch behandeling noch begeleiding, noch kon ik elders terecht.
    Wat ik ook zo bizar vond : ik kon niemand (patienten vertrouwenspersoon, inspectie, ed…) vinden, die dit samen met mij ook bizar vind. Nee, men heeft allang geaccepteerd, dat zo onzorgvuldig en schadelijk met een zeer kwetsbare patientengroep wordt omgegaan.
    En : ik weet niet welke verkiezingsprogrammas jij hebt gelezen, maar bijna geen partij heeft echt een visie hoe dat anders moet.

    Uiteindelijk heb ik nu ambulante begeleiding via de Crisisdienst (chronisch) en heb ik therapie via een vrijgevestigte psychotherapeut. Dat gaat heel goed. Eindelijk therapie. Terwijl de GGZ instelling mij de stempel ‘uitbehandeld’ heeft opgedrukt…

    Ik wens je sterkte !