Foto: Ian Chen / Unsplash

COLUMN: Ruïnes van eenzaamheid

Ze waren een veelvoorkomend karakter in de kinderboeken- en films uit mijn jeugd: kluizenaars. Een norse, zonderlinge man, die nooit iemand zag. Hij zag er onverzorgd uit en woonde al in een net zo onverzorgd huis. Het lag afgelegen, had gebarsten ramen, meters onkruid en een half-ingezakt dak. Iedereen in het dorp kende hem, maar weinigen hadden hem ooit gezien omdat hij nooit buiten kwam. Ouders drukten kinderen op het hart om nooit in de buurt te komen van dat huis. Natuurlijk deden ze het toch en moesten ze rennen voor hun leven.

Het idee dat eenzame mensen maar vreemd zijn en dat je bij ze uit de buurt moest blijven zat er bij mij al vroeg in. Ik vond eenzame mensen maar raar: wie heeft er nou geen vrienden? Wie komt er nou nooit zijn huis uit? Dan moet er wel iets mis met je zijn. Het was misschien een naïeve gedachte van een even naïef jongetje van 8, 9, 10 jaar oud. Maar dat beeld achtervolgt me nog steeds.

Eenzaamheid kan namelijk iedereen overkomen. Ik was altijd graag op mezelf en had nooit echt de behoefte om met veel mensen om te gaan. Maar dat veranderde radicaal toen ik opeens voelde dat er iets niet klopte. Ik was 16, zat middenin een depressie en opeens zag ik in dat er niemand was in mijn leven. Geen vrienden, alleen wat familie, maar ‘die geven toch niet om me.’ Ik zag leeftijdsgenoten feesten, relaties beginnen en iets van hun leven maken. Opeens voelde ik me raar.

Wie heeft er nu geen vrienden? Wie komt er nou nooit zijn huis uit? Ik, was het antwoord. Opeens was ik eenzaam en raar. Hoe kon ik nou hetzelfde zijn als die griezels uit mijn kinderboeken? Hoewel depressie en eenzaamheid veel met elkaar te maken hebben, voelde dat laatste nog rotter. Eenzaamheid vreet je van binnenuit op en laat een enorm gat achter in je ziel. Het blijft malen in je hoofd: ben ik raar? Ben ik niet goed genoeg? Ben ik niet de moeite waard? Heeft mijn leven nog wel zin?

Het waren vragen die ik jarenlang steevast negatief beantwoordde. Als ik de moeite waard was, zouden er wel mensen zijn die om me gaven. Ja, ik ben raar. Nee, mijn leven heeft geen zin. Daar denk ik soms nog steeds zo over, maar gelukkig kan ik deze vragen tegenwoordig meestal positief beantwoorden. Vijf jaar eenzaamheid en een coronaloze isolatie is lang. Het lijkt niet meer op te houden. Maar het stopt.

Soms heb je daar geluk voor nodig, zoals nieuwe buren met jongeren van jouw leeftijd waar je goed mee op kunt schieten. Maar eenzaamheid kruipt er niet net zo uit als dat het er langzaam inkruipt. Je moet hem de deur uitschoppen, het gat in je ziel dichten. Je moet er mee aan de slag. Ik gaf de leukste baan uit mijn leven tot dusver op omdat het thuiswerk was. Ik had geen reden om de deur uit te gaan. Geen school. Geen sociaal leven. Geen baan waar ik voor weg moest.

Ondanks dat het de tofste baan tot nu toe was, heb ik het opgegeven voor een minder leuke baan, die wel buiten de deur is. Het was de beste keuze uit mijn leven. Ik leerde weer met mensen om te gaan, sociaal bezig te zijn, al was het met vallen en opstaan. Ik overwon angsten en maakte na bijna zeven jaar weer vrienden.

Het was en is nog steeds een lang, moeilijk en leerzaam gevecht met mezelf, twijfels en stemmetjes in mijn hoofd. Maar het is wel gelukt. Hiermee wil ik niet zeggen dat het vooroordeel klopt: eenzaamheid is een keuze. Het is geen keuze, het overkomt je. Maar je bent wel de enige die er wat aan kan doen.

En ondanks dat de eenzaamheid me niet meer dagelijks kwelt, blijft het een struggle. Niet alleen de twijfels blijven, maar ook het stigma. Over mijn depressie, angststoornis en algehele mentale gezondheid durf ik te praten en te schrijven. Maar mijn eenzame verleden blijft pijnlijk, ook al schreef ik er al vaker over op COMMEN. Praten erover lukt me niet. Nog niet. Ik schaam me kapot. Ik zie mezelf nog steeds als raar en vreemd omdat ik eenzaam was. Ik ben bang dat mensen me ook zo zien.

Vaak zit zo’n soort angst puur in mijn hoofd, maar deze angst wordt onderbouwd door een maatschappij die niet klaar is om eenzaamheid te accepteren. Een maatschappij die hun kinderen nog steeds op het hart drukt om niet in de buurt van dat griezelige huis met gebarsten ramen en meters onkruid te komen. En dat terwijl die huizen het halve dorp vullen. Sommigen voor altijd geruïneerd, sommigen schitterend gerenoveerd.

Lees ook: Geen vrienden hebben


Deze column is gemaakt in opdracht van EO NieuwLicht en eerder gepubliceerd op dat platform.


Volg COMMEN. op FacebookTwitter en Instagram voor meer verhalen over mentale gezondheid, of ontvang al onze artikelen via WhatsApp.


Geschreven door
Marijn van den Berge

Praat mee over dit artikel