Hoe ik met babystapjes van mijn paniekaanvallen afkwam

In Angststoornis
Scrollen

“Eigenlijk zijn we gewoon een stelletje mafklappers bij elkaar, hoe ‘normaal’ je fobie ook is. Oftewel: niemand is echt normaal. Als je je dat bedenkt, is een taboe op angst nutteloos.”

Een paniekaanval oplossen, maar dan realistisch

Angst is normaal. Angst is de basis van ons overlevingsmechanisme. Iedereen heeft angst. Op angstlijst.nl staan liefst 418 soorten fobieën en waarschijnlijk zijn er nog een heleboel meer. Sommigen kunnen prima leven met zo’n angst, maar bij anderen slaat totale paniek toe. Angst houdt hun leven in een houdgreep. En ondanks dat bang zijn heel normaal is, praten we er amper over.

En waarom? Juist, omdat we bang zijn. Bang dat andere mensen ons niet serieus nemen. Bang dat we verstoten worden uit de roedel. Het is weer zo’n stomme vicieuze cirkel die zich elke dag meester van ons maakt. Tijd om dat te veranderen. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) denkt daar gelukkig hetzelfde over. Met de campagne ‘Hey! Het is oké’ wil men openheid scheppen rondom angst- en paniekklachten.

De eerste keer

Mijn eerste paniekaanval kan ik me gek genoeg niet herinneren. Verdrongen denk ik. De aanval die het meeste impact had op mijn leven kan ik nog wel voor de geest halen. Ik was toen een jaar of 16 en het was niet mijn eerste paniekaanval. Winkels, terrasjes en winkelstraten waren inmiddels een danger zone, maar op zich viel er nog wel mee te leven.

Tot het moment dat ik op een dag op het station stond om naar school te gaan. Het regende, dus het was druk en klam. Bij het meeschuiven met de horde de trein in was daar opeens het gevoel dat ik uit de danger zone herkende: zweten, trillen, hartkloppingen, hyperventileren. Ik zag er waarschijnlijk uit alsof ik net de marathon van Rotterdam had gelopen.

Illustratie: DesignArf

De oorzaak? Een stortvloed aan doemgedachten. ‘Alle mensen op het station kijken naar me en vinden me raar. En straks op school vindt iedereen dat ook. Wat als er straks storing is, de trein uitvalt en ik nergens heen kan? Heb ik eigenlijk wel ingecheckt? Wat als ik wél controle heb en niet  ben ingecheckt?’ Ik had het gevoel stuurloos te zijn en daarnaast ook nog eens gejudged te worden. Ik had mezelf en mijn gedachten op dat moment niet meer in de hand. Ik dacht knettergek te worden.

Vanaf dat moment heb ik geen school meer vanbinnen gezien. Ik ben zo snel mogelijk naar huis gegaan en heb me daar drie maanden lang opgesloten op mijn kamer. Ik durfde niet meer naar buiten en viel nog dieper in mijn al bestaande depressie. Wat niet hielp waren de weinig begripvolle reacties. ‘Haha, hoezo durf je niet naar de supermarkt? Je wordt heus niet aangevallen door de bloemkool, hoor’. Of het simpele maar vernietigende ‘Stel je niet zo aan.’

Ook interessant: Veel jongeren zijn emotioneel eenzaam: zo heb ik het opgelost

Paniekaanval oplossen met praten

Maar nu ik me kutter voelde dan ooit kwamen de tientallen telefoontjes van boze mentoren, opmerkingen van vrienden en familie en een irritante, pushende leerplichtambtenaar aan als mokerslag op mokerslag. Niemand begreep me en ik voelde me compleet alleen op de wereld.

Dat laatste blijkt volgens de onderzoeken die het Ministerie van VWS deed wel mee te vallen. Eén op de vijf mensen krijgt in zijn leven te maken met angstaanvallen en 40 procent praat er met niemand over, zelfs niet met hun eigen partner.

Dat praten wel degelijk helpt ervoer ik later, toen ik er weer wat bovenop gekomen was. Ik zat in de tram met een vriendin en ik voelde mijn hart alweer tekeer gaan. Maar zij wist ervan en ik wist dat ze op me zou letten en zou helpen als het fout ging. Waarschijnlijk zag of voelde ze dat ik niet lekker zat en ze legde even haar hand op mijn arm. Die gedachten en blijk van steun hielpen me om de aanval te onderdrukken.

Het was de eerste keer dat ik de opkomende paniek wist door te slikken. Toen we uitstapten was er op dat moment geen opgeluchter persoon op aarde dan ik, maar het voelde als een grote stap richting herstel.

Illustratie: Senor Salme

Hoe kom je van paniekaanvallen af?

Dat ik überhaupt in die tram verzeild raakte was het resultaat van een flink aantal therapiesessies bij de psycholoog, waar ik onder lichte *kuch* dwang terecht kwam. Ze bracht me stapsgewijs terug de maatschappij in. Mensen spoorden me aan om ‘het gewoon te doen’, maar die stap was veel te groot. Alsof je een baby eerst leert fietsen, dan loopt het vanzelf wel. Mijn therapeut leerde me weer lopen, stapje voor stapje. Laten we het voorbeeld nemen van het reizen met de trein.

Stap 1: Maak je klaar voor je reis

Pak je spullen, doe je jas en schoenen aan en bereid je écht voor op een treinreis. Er is één verschil: uiteindelijk blijf je gewoon thuis. In het begin werd ik al gek van de gedachte alleen al, maar naarmate ik het vaker deed, werd het normaler en dus minder eng. Als je geen paniekaanval krijgt, ga je door naar de volgende stap.

Stap 2: Ga richting het station

Ditmaal herhaal je stap 1, maar ga je dus echt naar buiten om naar het station te gaan. Zodra je de paniek voelt opkomen, ga je terug. En ook hier merkte ik dat ik steeds dichter bij het station kwam. Tot ik daar ook een keer aankwam.

Stap 3: Wacht op de trein

Je bent op het station aangekomen, de stem van de NS roept de vertragingen om en je wacht op de trein. Het begint al bijna vertrouwd te raken. Het maakt niet uit op welke trein je wacht, maar gewoon de eerstvolgende. Je stapt nog niet in, maar je went gewoon aan de vele mensen om je heen en gaat naar huis als je trein vertrekt.

Stap 4: Maak een (korte) treinreis

Je bent nu zover dat je eindelijk de trein in durft, maar dat betekent niet dat je meteen van Groningen naast Maastricht moet. Je stapt uit op het eerstvolgende station (je moet immers ook weer terug), en ook dit bouw je weer uit tot je gewoon helemaal klaar bent om overal naartoe te treinen waar je wilt en waar je heen moet. Je krijgt overigens wel bonuspunten als je meteen de eerste keer van Groningen naar Maastricht gaat.

Nogmaals, het is slechts een voorbeeld, want je kunt het op alles toepassen. Zo heb ik het ook toegepast bij winkels, werk en talloze andere openbare plaatsen. Zet voor jezelf kleine stappen uit richting iets wat voor jou doodeng is. Je hoeft niet meteen te kunnen fietsen, maar begin gewoon maar langzaam met kruipen en neem je tijd.

Lees ook: Nee, CBD olie is niet de oplossing voor je depressie

Illustratie: DesignArf

Paniekaanval oplossen makkelijker gezegd dan gedaan

Ook al heb ik alle stappen gevolgd, nog steeds zijn er plaatsen waar ik liever niet kom omdat ik me er ongemakkelijk voel. Daarnaast ben ik zenuwachtig voor veel plekken. En ook in situaties waarin ik de controle dreig te verliezen, komen de symptomen nog steeds wel eens opzetten.

Waarschijnlijk heb ik mijn laatste paniekaanval nog niet gehad, al is het momenteel lang geleden, maar dat is oké zolang het mijn leven niet meer beheerst. Als je zover op de weg terug bent, voel je je ook sterker om het gewoon te incasseren, door te gaan met je leven en ‘enge’ locaties en situaties weer op te zoeken. Terug naar die maanden van isolatie, dat in ieder geval nooit meer.

Waarom het taboe nutteloos is

Eerder is het al even benoemd, de 418 fobieën (en meer) die je op Google kunt vinden. Deze  gaan van ‘normale’ fobieën als angst voor spinnen, onweer, hoogtes, kleine ruimtes en de tandarts naar fobieën die over het algemeen als ‘gek’ worden bestempeld.

Denk aan mensen die bang zijn om te zitten, angst hebben voor bloemen of een bepaald getal. Ook lijden sommigen aan hippopotomonstrosesquippedaliofobie, ironisch genoeg de angst voor lange woorden. Maar hé, de meeste angsten, ook veel ‘normale’, staan ver van waarvoor angst bedoeld is: ons in leven houden. Dus eigenlijk zijn we gewoon een stelletje mafklappers bij elkaar, hoe ‘normaal’ je fobie ook is. Oftewel: niemand is echt normaal. Als je je dat bedenkt, is een taboe op angst nutteloos.

Volg COMMEN. op Facebook, Twitter en Instagram voor meer verhalen over mentale gezondheid

Verwerken
Topper! Je bent ingeschreven.
Over de schrijver

Mijn naam is Marijn, ben 21 jaar en kom uit Zeeland. Ik ben journalist en schrijf over verschillende onderwerpen zoals bijvoorbeeld depressie en angststoornissen. Mail naar marijn@commen.nl voor tips, ideeën en advies en help het taboe te doorbreken!

Geef je mening: praat mee