“Val jij op meisjes? Maar je ziet er helemaal niet lesbisch uit”

Op de basisschool was ik stiekem onder de indruk van juf Helena. Ik wist niet waarom ik me zo verlegen voelde. Misschien was het haar zachte blik of haar elegante lach. Ik wist niet wat ik voelde. Pas vele jaren later weet de korte film Pretty Boy” mijn gevoel in woorden te vangen.

“When did you know? I don’t know. I think I’ve always known, just didn’t know what it was. (…) I would just scream as loud as I could. I just wanted it out, whatever it was.” 

“Pretty Boy” is een coming of age-verhaal van een jonge Sean, die worstelt met zijn seksualiteit. Zijn streng christelijke vader spant zich tot het uiterste in om zijn zoon te ‘genezen’ van zijn twijfelachtige homoseksualiteit. Zo krijgt Sean een prostituee voor zijn achttiende verjaardag, wat hem zal leren een ‘echte man’ te zijn. Uiteraard werkt dit niet en kan de prostituee hem niet met een nachtelijk avontuurtje ineens hetero maken. Niemand kan dat.

Op een gegeven moment vraagt de prostituee aan hem wanneer hij te weten is gekomen dat hij homoseksueel is. Zijn respons resoneerde volledig met mijn ervaring als dat kleine meisje op de basisschool dat verlegen werd van juf Helena. Hij antwoordt dat hij het altijd heeft geweten, maar niet wist wat het was. Als klein kind schreeuwde hij zo hard als hij kon. Het moest eruit, wat het ook was. Maar net als hij kon ik er geen grip op krijgen.

Photo by Sacha Verheij at the Women’s March 2020

Hetero zijn, dat is de norm

Hoe meer controle ik wilde over wat ik voelde, hoe duidelijker mijn diepe gevoelens werden. Ze waren er altijd al. Op die momenten dat juf Helena naar me lachte, op die momenten dat mijn lievelingsteamgenootje me knuffelde na een doelpunt, op die momenten dat ik mijn beste vriendin in een galajurk zag verschijnen. Pas toen ik van de middelbare school af was en me onderdompelde in het Utrechtse studentenleven, vielen de puzzelstukjes in elkaar.

Tijdens het introductieweekend van mijn studentenvereniging zag ik dingen gebeuren, die ik in mijn jeugd in Friesland niet heb meegemaakt. Daar stond ik, als een ongemakkelijke eerstejaars, in De Toekomst op Texel om me heen te kijken. Mijn zicht wordt onderbroken door twee jongens die innig met elkaar staan te zoenen. Gênant werp ik mijn blik van hen af. Niet veel later grijpt een ander koppel mijn aandacht. Dit keer zijn het twee meiden die elkaar lijken op te eten. De naam van de club bleek een voorteken te zijn. Volledig in de war door deze avond verlaat ik het eiland en keer ik terug naar het vaste land.

De grond onder mijn voeten voelde allesbehalve vast. Alles waar ik dacht op te staan gleed langzaam weg. Mijn hele leven had ik het plaatje van ‘man en vrouw’ in mijn hoofd. Ook ík zou eindigen met een man. Het liefst eentje die op Zac Efron of Leonardo DiCaprio leek. Hetero zijn, dat is de norm. Zo sprak ik mezelf aan. Ik moest en zou hetero zijn en niemand mocht weten van mijn twijfels.

Seksualiteit is geen keuze

De slapende gevoelens die er mijn hele leven al waren, waren wakker gemaakt door verschillende meiden. Ik vond twee meiden van mijn vereniging leuk en op mijn universiteit kon ik alleen maar staren naar twee vrouwelijke studiegenootjes. Onverhoopt stopte ik mijn lesbische gevoelens, die waren aangewakkerd tijdens het introductieweekend op Texel, in de doofpot. Ik voelde me gevangen. Een tegenstrijdigheid overmeesterde me. Ik wilde iets wat ik niet wilde. Ik wilde dat mijn gedachtes aan al die leuke vrouwen ophielden. Ik hoorde aan mannen te denken, ik hoorde mee te roddelen over de knappe guys van mijn commissie.

Photo by Ehimetalor Unuabona on Unsplash


I’m drawing with a broken pencil
I’m searching with my eyes closed
I’m trying to catch my shadow
I’m swimming against the current
I’m looking for stars in the daylight

Geschreven door Sacha Verheij


Maar schrijven met een gebroken potlood, zoeken met je ogen dicht, je schaduw proberen te vangen, zwemmen tegen de stroming in en op zoek gaan naar sterren bij daglicht brengen je allemaal op dezelfde plek: nergens. Mijn zoektocht naar heteroseksualiteit was een doodlopend pad. Ik probeerde iets te zijn wat ik niet was. Ik kon niet kiezen waar ik op val, ik kon niet kiezen wie me iets laat voelen. Waar ik wel voor kon kiezen is hoe om te gaan met mijn emoties en gevoelens.

Lees ook: De beste podcasts over mentale gezondheid

“Het belangrijkste is dat jij jezelf accepteert”

Zo begon ik mezelf toe te staan te ontdekken wat er allemaal in me omging. Uitvinden wat het allemaal betekent en hoe het is als ik mezelf daarin volledig laat zijn. Een gesprek van een vriendin ligt me nog steeds nauw aan het hart. Ik kan me de avond nog precies herinneren. We stonden met een biertje tegen de bar aan in de stamkroeg van onze vereniging. Ik was nog steeds die ongemakkelijke eerstejaars, alleen waren we dik een half jaar verder. “Sas, het is belangrijk dat je omgeving je accepteert. Maar het állerbelangrijkste is, is dat jij jezelf accepteert.” Het heeft lang geduurd voordat deze woorden helemaal tot me doordrongen. Om eerlijk te zijn denk ik dat pas drie jaar later het kwartje echt voor mij viel. Het betekent nog steeds veel voor me dat er iemand was die deze woorden tegen me zei.

Het ontdekken van mijn homoseksualiteit voelde als een heuse identiteitscrisis. De bodem onder mijn voeten begon te trillen: ik voelde me ontaard. Het idee van hoe ik hoorde te zijn, hoe anderen me zagen, kwam niet overeen met wie ik was. Mijn eigen identiteit contrasteerde met de toegeschreven identiteit van de samenleving. “Heb je al je prins op het witte paard gevonden?”, waren letterlijke woorden van een vriend van mijn ouders op een verjaardag. Ik was niet anders gewend, maar nu viel zijn woordkeuze me extra op. Iedereen vraagt altijd of ik al een ‘vriendje’ heb.

De volgende dag zweefde zijn vraag nog steeds door mijn hoofd. De druk tot maatschappelijke aanpassing leek mijn verlangen naar persoonlijke authenticiteit te beteugelen. Terwijl ik juist zo goed bezig was met mezelf los te maken. Loskomen van de heteronorm en authentiek gaan leven naar mijn lesbische gevoelens. Ik wil geen prins op het witte paard. Ik hoef geen Zac Efron of Leonardo DiCaprio. Ik wil een vrouw. Een vrouw die de zachtheid van juf Helena in zich draagt, een vrouw die me knuffelt na een overwinning, een vrouw die zich samen met mij uitdost in een galajurk.

Photo by Elite Daily on Pinterest

‘Dé lesbienne’ bestaat niet

Loskomen van de heteronorm is niet het enige waar ik mee bezig was op mijn ontdekkingstocht. “Huh? Val jij op meisjes? Maar je ziet er helemaal niet lesbisch uit. Je draagt nu zelfs een jurk.” Met een open mond stond ik in de hete straten van Bologna verbaasd te kijken naar mijn studiegenoot. We hadden net onze Italiaanse les gehad en liepen buiten van de zon te genieten. Mijn antwoord op zijn vraag over mijn liefdesleven had hij duidelijk niet zien aankomen. Hij geloofde niet dat ik op meisjes val.

Deze jongen kon mijn uiterlijk niet matchen met zijn idee van een lesbienne. Blijkbaar hoort een lesbienne geen jurk te dragen. Bij het woord ‘lesbienne’ alleen al duiken typische associaties op. Stereotypes zoals: lesbiennes zijn jongensachtig, hebben vaak kort haar en dragen mannelijke kleren. We leven in een wereld waar mensen gewend zijn aan het labelen van mensen, waarbij er ook mensen zijn die direct gekend willen worden en anderen willen kennen op basis van physical cues. Precies zoals deze jongen, die verrast was te ontdekken dat ik op vrouwen val, dat wilde. Ik moet toegeven dat het raar is om deel uit maken van een minderheid zonder absolute methoden voor fysieke identificatie. Desondanks maakt het mijn seksualiteit niet minder waar.

Het punt dat ik hier probeer te maken is dat ‘dé lesbienne’ niet bestaat. Hoe graag we ook mensen in hokjes willen stoppen, om de wereld te ordenen, doet het geen recht aan de werkelijkheid. Een werkelijkheid van individualiteit en authenticiteit. De jonge Sean van de korte film “Pretty Boy” mag dan wel op jongens vallen, hij is naast een homoseksueel ook een tiener, een zoon en een vriend. Net zoals ik naast lesbisch ook een twintiger, een dochter, een zus en een vriendin ben. Mijn seksualiteit is niet mijn gehele identiteit, het is een deel van mijn identiteit. Het voelt hierom krenkend als er gesproken wordt over ‘dé lesbienne’. Iemand is een individu en heeft verschillende assen die zijn of haar identiteit omschrijven. Verschillende assen zijn naast seksualiteit o.a. gender, leeftijd, ziekte, etniciteit, klasse en status. Mijn oude hoogleraar op de Universiteit voor Humanistiek noemde dit kruispuntdenken. Een meer moderne term hiervoor is intersectionaliteit.

Photo by Yoav Hornung on Unsplash

Het is allemaal liefde

Stiekem was ik dus verliefd op juf Helena. Ik schreef gedichtjes en droomde, onschuldig als ik was, over haar in mijn slaap. Ik zou graag tegen mijn zevenjarige ik willen zeggen dat ik me nergens voor hoef te schamen. Het is allemaal liefde. Het gevoel in mijn buik is liefde. Een warmte van een persoon voor een ander persoon. Vlinders die ik toen voelde en de vlinders van het heden en van De Toekomst mogen er zijn. Ik had er toen nog geen woorden voor, maar die zijn gelukkig niet nodig in het voelen van liefde.

Lees ook: Hoe je letterlijk ziek kunt worden van liefdesverdriet

Wil je meer weten over hoe het is om als vrouw op een vrouw te vallen? Of om als man verliefd te worden op een andere man? Te zien dat het net zo normaal is als liefde tussen een man en vrouw? Hier een aantal kijktips:

Volg COMMEN. op FacebookTwitter en Instagram voor meer verhalen over mentale gezondheid, of ontvang al onze artikelen via WhatsApp.

Geschreven door
Sacha Verheij

Praat mee over dit artikel