Royalty Free Image on Rawpixel

Stop met aannemen dat het wel goed met iemand gaat

Ken je die vriend die wel in je vriendengroep zit maar waar je eigenlijk bijna niets van weet? Die neef of nicht die al jaren de familiedagen overslaat, of die collega die er al langer werkt dan jij, maar waarvan je nog steeds de naam niet weet? Af en toe vraag je je af of er meer achter die afwezig blik of dat gemaakte lachje zit, maar je wilt geen aannames doen. Voor zover jij kan zien functioneren ze immers prima. Waarschijnlijk zijn ze gewoon introvert, rustig of graag op zichzelf. Spoiler alert: ervan uitgaan dat het goed gaat is ook een aanname!

Met het gros van hen gaat het misschien ook prima, maar ik kan je ervan verzekeren met een deel van hen ook niet. Soms frustreert het me dat er niet verder wordt gekeken dan de buitenkant als het gaat over psychische problemen. “Je zou meer als haar moeten zijn”, zei mijn wiskundedocent terwijl hij een blik wierp op het stille meisje achter in de klas. Wat ben ik blij dat de leerling tegen wie hij die opmerking maakte niet zo was als ik.

Weinig aandacht voor emoties

Van jongs af aan ben ik al een ster in het aanpassen van mijn gedrag. Op het kinderdagverblijf was ik lief en rustig, thuis had ik driftbuien en schreeuwde ik regelmatig de boel bij elkaar. Mijn ouders zagen dit als positief. Voor de buitenwereld was ik een lief en wel opgevoed kind en thuis voelde ik me veilig genoeg om mijn emoties te uiten. Helaas veranderde deze situatie toen ik ouder werd. Mijn ouders gingen scheiden, mijn vader hertrouwde en er ontstonden spanningen binnen het gezin.

Lees ook: 8 dingen die je herkent als je uit een gebroken gezin komt

Ik vond het moeilijk me te verhouden tot de veranderde situatie en kon mijn plek binnen het nieuwe gezin niet goed vinden. Langzaam veranderde ik ook hier in het aangepaste timide meisje dat ik al langer voor de buitenwereld was. Mijn ouders verklaarden de verandering in mijn gedrag als een teken van volwassen worden en zagen er geen gevaar in. De enkele keer dat ik wél mijn emoties uitte werd hier dan ook weinig aandacht aan besteed. Ik moest maar even afkoelen tot ik weer ‘normaal’ kon doen. Je emoties uitten hoorde daar klaarblijkelijk niet bij.

Photo by Patrick Fore on Unsplash

Als ik terugdenk aan mijn middelbareschooltijd zie ik datzelfde timide meisje voor me. Ik was stil, verlegen en zat het liefst achter in de klas. Veel vrienden had ik niet, maar ik werd ook niet gepest. Leraren lieten me vooral links liggen en ik kreeg zelden de beurt. Het gros van hen kende waarschijnlijk mijn naam niet eens. Wanneer mijn ouders op 10-minuten gesprekken verschenen werden ze verbaasd aangekeken. “U had niet hoeven komen hoor, haar cijfers zijn goed”, werd hen verteld. Ik haalde immers voldoendes en veroorzaakte geen problemen in de klas.

Vanbinnen voelde ik me eenzaam. Ik wilde wel meer vrienden, maar ik durfde de toenadering niet te zoeken. Eerst droomde ik nog dat mensen uiteindelijk op mij af zouden stappen, maar die hoop had ik na verloop van tijd maar opgegeven. Niemand leek geïnteresseerd in wat er zich in mijn binnenwereld afspeelde.

Prestatiedrang leidt af van pijnlijke eenzaamheid

De overtuiging groeide dat emoties niet belangrijk waren en ik trainde mijzelf erin deze zo goed mogelijk te onderdrukken. Ik schaamde voor de chaos in mijn hoofd en dacht dat ik de enige was bij wie alles zoveel moeite kostte. Eens in de zoveel tijd werd de stress me te veel en kreeg ik een paniekaanval. Mijn omgeving snapte hier niks van, ik deed het goed op school en mijn cijfers waren zelfs erg hoog. “Ja dan haal je een keer een onvoldoende, nou en?”, werd er dan gezegd. Het lukte me niet uit te leggen dat de paniek niet voortkwam uit de angst voor een onvoldoende maar uit het gevoel nooit te kunnen voldoen aan het plaatje van ‘normaal’. 

De schaamte groeide en ik voelde me niet serieus genomen. Het resultaat was dat ik nog meer mijn best deed zo min mogelijk op te vallen. Ik maakte mijzelf onzichtbaar, als ze me niet zagen vielen mijn tekortkomingen immers ook niet op. De daaropvolgende jaren keerde ik steeds meer naar binnen. Voor de buitenwereld bleef ik het rustige meisje met de goede cijfers, vanbinnen was het echter allang een compleet ander verhaal. 

Het voelde veilig om onzichtbaar te zijn maar het maakte me ook alleen. Voldoen aan de verwachtingen van mijn omgeving werd méér dan een manier om niet op te vallen. Mijn focus op de ander leidde me af van de pijnlijke eenzaamheid die ik vanbinnen voelde. Tegelijkertijd gaf het me de voldoening die ik op sociaal vlak miste. Ik was dan misschien niet leuk of grappig, maar ik kon wel hoge cijfers halen en presteren.

Photo by Žygimantas Dukauskas on Unsplash

Iedereen zag iets, niemand zei wat

Vijf jaar lang lukte het me het beeld voor de buitenwereld intact te houden, maar toen mijn opa overleed ging het goed mis. Ik raakte zowel fysiek als mentaal compleet opgebrand en vluchtte in de veilige armen van de eetstoornis die ik de afgelopen jaren had ontwikkeld. Terwijl mijn klasgenoten opgingen in het avontuurlijke studentenleven, reduceerde mijn wereld zich tot de vier muren van een eetstoorniskliniek.

Wat ik hiervan vond weet ik eigenlijk niet meer zo goed. Door de ondervoede toestand waarin ik verkeerde waren mijn gevoelens verdoofd. Ik herinner me vooral de machteloze blikken van mijn omgeving. Hoe had het zo ver kunnen komen? Had dan niemand iets gezien?

Nadat openbaar werd dat het niet goed met me ging, kwam de aap uit de mouw. Iedereen had wel iets gezien, maar niemand had de moeite genomen iets te zeggen. Mijn natuurkundeleraar vond het ergens wel gek dat ik al een paar keer niet in de les was verschenen, mijn moeder vroeg zich af of het wel normaal was dat ik zoveel bezig was met eten en mijn reumatoloog had af en toe haar bedenkingen bij mijn dalende gewicht.

Niet wetend dat zij niet de enigen waren die kleine signalen oppikte, deden ze het waarschijnlijk af met ‘ach ik zal het wel verkeerd hebben’, of ‘als niemand iets zegt is het vast niks ernstigs’. In het laatste mentorgesprek van mijn examenjaar keek mijn mentor mij doordringend aan. “Gaat het wel goed met je? Ik maak me al zo’n 4 jaar zorgen om jou.” ‘Ja, kom je lekker laat mee’, dacht ik toen.

Pluralistische onwetendheid

Wij mensen zijn geneigd onze gedachten te toetsen door bewijs te verzamelen in onze omgeving. Als we dat bewijs niet vinden gaan we ervan uit dat we het zelf wel mis zouden hebben. Zo ook mijn omstanders. Het probleem is dat één en één nooit twee wordt als er geen gesprek plaatsvindt.

Hoe kun je bewijs verzamelen als iedereen wijselijk zijn mond houdt? ‘Pluralistische onwetendheid’ noemen ze dat met een mooi woord. Je denkt dat wat jij ziet niet klopt omdat het afwijkt van de visie van de groep. In de realiteit denkt iedereen hetzelfde, maar omdat niemand ervoor uitkomt blijft het idee dat de groep anders denkt bestaan. Door niks te zeggen houden we dus eigenlijk een valse norm in stand waar niemand zich in kan vinden.

Photo by Dan Meyers on Unsplash

Neem bijvoorbeeld een vechtpartij. Twee mensen beginnen elkaar te slaan en beetje bij beetje verzamelt zich een steeds grotere groep toeschouwers om hen heen. Een van de vechtende geeft de ander een harde duw waardoor deze met een klap op zijn achterhoofd valt. Bloed druppelt op de tegels van de straat. Op slag dood.

“Iedereen zag het, maar niemand deed wat”, staat er de volgende ochtend in de krant. De tientallen toeschouwers waren gezamenlijk met gemak in staat geweest de twee vechtenden van elkaar af te trekken, maar niemand kwam in beweging. Elk van hen had ergens wel het idee dat het fout zou gaan, maar omdat alle anderen niet ingrepen gingen ze er vanuit dat zij de ernst van de situatie overschatten en het wel los zou lopen.

Maak psychische problemen bespreekbaar

Je vraagt je misschien af wat een vechtpartij van doen heeft met het bespreekbaar maken van psychische problemen. Zo’n valse norm houdt misschien stand in een acute situatie, maar op de lange termijn zou de waarheid wel boven tafel komen, toch? Niets blijkt minder waar te zijn. Op jaarbasis kampt maar liefst 1 op de 5 Nederlandse volwassenen met een psychische aandoening. Over het gehele leven genomen stijgt dit getal zelfs naar 4 op de 10. Dat is bijna de helft van de Nederlands bevolking en dan hebben we het nog niet eens over de niet-gediagnosticeerden onder ons.

Gebaseerd op de cijfers moet iedereen dus wel iemand kennen die kampt met een psychische aandoening en toch blijft het idee dat psychische problemen de afwijking zijn bestaan. Meer dan de helft van de jongeren en jongvolwassen geeft zelfs aan dat zij het bespreekbaar maken van hun klachten als taboe ervaren. Het resultaat: we verkiezen eenzaamheid boven het risico af te wijken van de groep en houden op deze manier gezamenlijk de valse norm in stand.

Lees ook: We moeten het over eenzame jongeren hebben

Mentale oorlog

Kampen met psychische problemen voelde voor mij als een mentale oorlog. Een langdurige, eindeloze en vermoeiende oorlog tegen alle nare gedachten in mijn hoofd. Op de middelbare school leek het me het beste de oorlog in stilte te voeren, maar doen alsof er niks aan de hand was maakte het alleen maar zwaarder. We kunnen niet leren van elkaars fouten, moed halen uit elkaars succesverhalen en samen ten strijde trekken als we onze innerlijke oorlogen onbesproken laten.

Photo by Tim Marshall on Unsplash

Ik zou kunnen doen alsof ik wél mijn mond open had getrokken als ik in de schoenen van mijn omstanders had gestaan, maar eerlijk gezegd weet ik dat niet zeker.  Wat ik wel weet is dat we er nog niet zijn als het gaat om het doorbreken van taboe. Ik hoop dat mijn verhaal een stukje bewijs kan leveren dat psychische problemen NIET de uitzondering zijn en dat we ons hier echt niet voor hoeven te schamen!

Praten over psychische problemen is niet makkelijk, dat geef ik meteen toe. Toch hoop ik dat ook jij het gesprek over jezelf of jouw zorgen om een ander aan durft te gaan. Je hoeft echt niet meteen met de deur in huis te vallen en al je problemen bloot te geven. Als we allemaal af en toe eens vragen hoe het nu echt gaat met de ander en eens eerlijk antwoord geven als diezelfde vraag aan ons word gesteld, dan zijn we al een heel eind. Alleen samen kunnen we genoeg bewijs verzamelen om het taboe te doorbreken.

Volg COMMEN. op FacebookTwitter en Instagram voor meer verhalen over mentale gezondheid, of ontvang al onze artikelen via WhatsApp.


Geschreven door
Eva Koenders

Praat mee over dit artikel